Internet
De digitale snelweg is voor onderzoekers op dit gebied een
uitkomst. Op Internet kun je alles vinden, complete catalogi en in
speciale domains soms zelfs complete overzichten van nieuwe
producten. Moest je vroeger misschien allerlei beurzen of zelfs
winkels af om uit te vinden welke producten tegen welke prijs en
hoe werden aangeboden, tegenwoordig kan dat - in theorie -
vanachter de Internet-terminal. Dat haalt enerzijds het wat
duistere en geheimzinnige kantje van het beroep af, op een beurs
moet je toch altijd een beetje toneelspelen en je voordoen als
koper, journalist of potenti‰le medewerker om zoveel mogelijk
relevante feiten boven water te krijgen, op het Internet kun je de
concurrentie min of meer ongemerkt bespieden. Natuurlijk komt ook
hier de ethiek om de hoek kijken, want het is verleidelijk om via
het wachtwoord van een bevriende dealer toch eens even in de
prijslijst voor de groothandel en de afgesloten stukjes van de
website te gaan snuffelen. Mag dat, wat vindt de baas daarvan of de
aandeelhouders, komt er een rel als dat in de krant komt, of knijpt
iedereen een oogje toe? Als het om geheime formules gaat, als je
bedrijf met de verkregen gegevens oneigenlijk aan de gang gaat,
waar liggen de grenzen van de ethiek.
Industri‰le spionage is wat dat betreft soms net zo gevaarlijk als
het echte spionnenwerk, want de belangen zijn enorm. Zeker waar het
producten betreft die via octrooien (patenten) beschermd zijn of
juist niet omdat men ze liever als bedrijfsgeheimen stil houdt,
denk maar eens aan geneesmiddelen-research maar ook aan de nieuwe
collectie van een couturier. Weten wat de modekleur voor volgend
seizoen is, de prijsstelling van bepaalde lijnen te weten komen,
het is allemaal erg nuttig voor de concurrent.
De plek van de 'intelligence manager' in het bedrijf hangt af van
de marktsituatie, een industrie met grote veranderingen en
collectiewisselingen zal zo iemand dichter bij de top nodig hebben,
een ingeslapen branche heeft aan een stapel catalogi van de
concurrentie misschien genoeg.
In Amerika is men nu bezig, na een tijdje euforie over het Internet
als informatiebron over de concurrentie, weer wat meer eisen te
stellen aan de rapportage over de concurrentie. De snelle
compilaties van wat net-pagina's kan tenslotte de directeur zelf
ook wel bekijken, er komt nu weer meer vraag naar de echte
'intelligence'. Wat valt er naast de harde feiten te leren over wat
de concurrent niet alleen nu doet of deed, maar wat-ie morgen van
plan is? Welke trends zitten verborgen in die prijsstelling, is er
een seizoenspatroon te herkennen, zijn er signalen die aangeven dat
er een nieuwe collectie komt, vallen opruimacties te voorspellen,
kortom er wordt weer intelligentie en intu‹tie gevraagd. Een
`intelligence manager', die z'n bazen niet meer verbaast is
overbodig. De job van de intelligence manager is, zeker als er ook
nog sprake is van een afdeling die de feitelijke data-graverij
doet, vooral om de link te maken tussen wat het eigen bedrijf doet,
kan en wil en de markt. Je kunt alles (laten) onderzoeken, maar wat
heeft zin, welke speelruimte is er in de eigen organisatie om er
iets mee te doen? Prachtige scenario's opstellen waar niemand iets
mee kan, detailcijfers zonder analyse en relevantie, een
intelligence organisatie kan hard werken zonder effectief te zijn.
Wat dat betreft heeft het Internet wel voor een scheiding der
geesten gezorgd, als iedere manager zelf even kan kijken wat
product A of B kost op het Internet mag van degenen die
professioneel de concurrentie volgen meer verwacht worden.