next -index- prev

Internet: Context, Content of Couch Potato Comfort

Waarom zijn we verslaafd aan de `elektronische drugs'? Tippelen we op Internet omdat het wezenlijk iets biedt en een uitdaging vormt, of is het vooral makkelijker en prefereren we het voorgedachte, menuklare volgen boven zelfstandig en interactief speuren naar het onbekende. Ik vrees dat het Couch Potato Comfort model het op het World Wide Web langzamerhand wint van de pioniersgeest, dat content met diepgang en kwaliteit minder hits scoort dan aansluiten bij de geestelijke luiheid door minimale verrassingseffecten en een context die vooral vertrouwd is (als er Microsoft, Philips, NOS op of achter staat zal het wel goed zijn).

Intrinsieke waarde
Als een bedrijf maar naar Internet ruikt blijken de investeerders er als gekken in te springen, bedrijven als Yahoo en Amazon hebben beurskapitalisaties die absurd zijn, terwijl ook kabelboer UPC onlangs zeer profijtelijk naar de beurs ging. UPC, met onder meer A2000 en Telekabel kreeg zelfs Microsoft als aandeelhouder (circa 8%), iets wat ik al bij de verkoop van KTA aan A2000 in 1995 voorspelde. Dat de waarde van een kabelaansluiting daarmee door de investeerder op zo'n 4000 gulden wordt ingeschat, terwijl op dit moment de Amsterdammer er per jaar zo'n 200 gulden incl. BTW aan uitgeeft en de winst daarop door A2000 iets van 20 gulden is. Over 200 jaar is die investering dus terugverdient, als er niets zou gebeuren. De hoop is natuurlijk, dat pluspakketten, Internet, e-commerce en pay-per-view de omzet en winst enorm zullen opdrijven, maar is dat realistisch? Gaat de gemiddelde burger een winst genereren van zo'n 500 gulden per jaar, want dat is bij een rendementseis van 11-15% (gebruikelijk en toegestaan in de telecom-wereld) dus nodig om die 4000 piek waar te maken. Gezien het feit dat door de hele informatica (incl. Internet) de winstmarges op vrijwel alles omlaag zullen gaan, de transparantie van de markt geeft de koper tenslotte alternatieven en prijsvergelijkingen, is daar een omzet van zeker 5000 gulden voor nodig. Dat zou betekenen dat A2000 het overgrote deel van het vrij besteedbare inkomen van een modale burger zou opslokken. Dat kan, als je de televisie, de telefoon, de huur van videobanden, de kroeg, de bordelen, de parkeergelden (waarom zou je nog de deur uitgaan als alles via de buis komt), de abonnementen op kranten en bladen, het boeken van tickets voor reizen en uitgaan allemaal optelt en dat ook nog in handen zou laten van wat dan een media-monopolist zou zijn. Blijkbaar is dat wat de investeerders geloven en dan is UPC nog een vrij realistisch bedrijf met omzet, een monopolie op breedband en een fysieke infrastructuur.
Amazon.com is wat dat betreft veel virtueler, hun enige 'asset' is naast de naamsbekendheid vooral de database, omdat hun kennis van wat individuele klanten kopen en willen kopen vertaald zou kunnen worden in meer toekomstige omzet in boeken of wat dan ook. Maar ook daar waarschuwt zelfs Federal Reserve-topman Greenspan voor de Internet windhandel. Wat is er eigenlijk wel realistisch te verwachten van Internet in de nabije toekomst.

De grote illusie: bandbreedte wordt gratis
Meer bandbreedte, meer snelheid, meer CPU-horsepower, er wordt vaak gedacht dat het allemaal tot in de hemel doorgroeit. We vergeten echter dat met alle vooruitgang op computergebied het schrijven van een briefje op de PC tegenwoordig nog net zo veel tijd kost als vijftien jaar geleden. Het ziet er mooier uit, maar m'n Wordstar uit 1980 werkte net zo snel en bovendien hebben we het creatieve proces, de mens die de brief moet bedenken, (nog) niet verbeterd. Ook zien we dat de toenemende capaciteit van bijvoorbeeld Internet net zo snel wordt opgebruikt als aangevuld, want we tuigen onze webpagina's op met meer plaatjes, video etc. etc. Bandbreedte was schaars en is schaars, denken dat bandbreedte in de toekomst overvloedig en gratis zal zijn is te vergelijken met het idee dat we de drukte en parkeerproblemen in steden op korte termijn kunnen oplossen. Het is eerder te verwachten, dat we een min of meer stabiel gedeelte van ons inkomen zullen uitgeven aan bandbreedte, dat er alleen onderling wat verschuift. Dus dat het totaal van kosten van telefoon, televisie, videobandhuur, bioscoop, CD's min of meer gelijk blijft als deel van het inkomen. En dan is ook duidelijk dat communicatie, entertainment en bandbreedte hier door elkaar lopen. Het draait allemaal om distributie van bits en daar geven we voorlopig nog een veelvoud aan uit dan aan de creatie van bits. De aloude regel dat een schrijver van een boek maar ongeveer 10% van de uiteindelijke opbrengst van z'n werk in handen krijgt blijft overeind. De illusie dat de elektronische samenleving geen 'middlemen' meer nodig heeft is onrealistisch, alleen heten dat geen retailers meer, maar portal-beheerders of kabel-exploitanten of telecom-operators of micro-distributie organisaties, want de spullen moeten wel worden afgeleverd.

Interactiviteit: een tweede illusie
Joe Sixpack ofwel de burger is NIET interactief ingesteld, die mooie gedachte dat de mens zelf op zoek zou gaan naar diepgang, zin en bewustwording gaat maar op voor een deel van de mensen en voor een klein deel van hun tijd. Men heeft het zap-gedrag bij de TV te lang aangezien voor een vorm van positief zoeken, terwijl het meestal een negatieve keuze is, weg van wat niet meer bevalt. Als je gedrag aanduidt in een click-index, dan is zappen dus -1 clickgedrag. Echt diepgaand speuren is misschien 10, de gemiddelde websurfer wil niet veel verder dan een click of drie per onderwerp gaan. Maak je het hem makkelijker, bijvoorbeeld door via 'agent-software' z'n keuzes al (onzichtbaar) te verwerken in de menu's die naar voren komen, dan kun je dieper komen. Het grote nadeel van het World Wide Web wordt dan ook duidelijker, je vindt alleen maar wat je zoekt en je sluit je heel makkelijk af voor wat daarbuiten valt.
De toekomst van het Internet kent twee hoofdstromen, enerzijds email met tele-kopen en e-commerce (punt-tot-punt communicatie one-to-one) en anderzijds de omroepfunctie met content-distributie en uiteindelijk video-on-demand (one to many). De echte net-optimisten kunnen stellen dat uiteindelijk alles-met-alles verbonden gaat worden, maar voorlopig zijn er bandbreedte-beperkingen en auteursrechtelijke vraagstukken die een zekere tweedeling in de net-ontwikkeling in stand zullen houden.

One-to-one
Technisch gezien heb je voor one-to-one niet veel meer nodig dan de huidige infrastructuur, zeker voor email en e-commerce heb je niet zoveel bandbreedte nodig. Als je dat op- of aanvult met video en geluid wordt het moeilijker, maar de basis van de telefoonverbinding is bekend, werkt wereldwijd en heeft duidelijke voordelen. Toch moeten we niet verwachten, dat de communicatiepatronen op korte termijn fundamenteel zullen veranderen. Gewone burgers, dus niet de e-hobbyisten, zijn na een paar maanden e-mailen vaak verveeld, kijken nog eens per week hun box na en gaan over tot de orde van de dag en pakken weer de telefoon. Zakelijke of professionele gebruikers hebben veel meer baat bij e-mail en e-commerce, dat sluit aan bij de praktijk van fax, telefoon en credit-cards. Daar zit ook voorlopig de grootste groei, het business-to-business gebruik van web en email. Daar zijn duidelijke besparingen en stroomlijningen, een web-catalogus is meer up-to-date, verkoopondersteuning via het web werkt eenvoudig, trainingen, product-info, voor de zakelijke markt is Internet de komende jaren een must.
Verkopen aan consumenten blijft een moeizame operatie, alle Amazon.com-hype ten spijt, die verdienen er ook nog niets aan. Pas als er weer de-facto monopolies zijn gegroeid en de marges vetter worden (en die trend is wel in zicht maar voorlopig is email handel nog discount-handel) gaat er verdiend worden. Ja, Internet groeit, maar de consumenten die er nu nog bijkomen, in de VS zijn dat al de 'late adopters', zijn niet zulke interessante klanten. Mijn verwachting blijft, dat e-commerce voor consumenten qua omvang te vergelijken zal zijn met de traditionele postorder-business. Aanzienlijk, maar met maximaal een 10% van de consumenten die er op tippelen vanwege het discount karakter, het gemak en de anonimiteit. De terechte vrees dat e-commerce en email vervuild zouden raken door junk-mail of push-technologie is de laatste tijd wat afgenomen, nu door providers, de Internet-organisaties en de wetgever maatregelen zijn genomen om dat te beperken.

One-to-many
Omroep, maar ook het World Wide web zijn distributie-systemen voor de Tcontent. De twee belangrijkste varianten zijn push en pull, met enerzijds de gebruiker die de content opgedrongen krijgt en anderzijds het ideaalbeeld van de interactieve zoeker. Zoals hierboven al is betoogd valt die interactiviteit wel mee, veel websurfen is eigenlijk zappen, is er verder nog iets leuks, dit bevalt niet.
We zien dan de bandbreedte van de content geleidelijk toeneemt (en daarmee de uitbreiding van de beschikbare bandbreedte weer opslokt, de responstijd blijft onder de maat) omdat er eerst plaatjes, toen geluid en nu video en animaties bijkomen en voor de echte pixeljunks virtual reality en 3-D omgevingen. Meer pixels, meer beelden, meer kwaliteit, voorlopig haalt geen enkele techniek het bij wat de cinema op het doek brengt en al helemaal niet bij wat we op ons netvlies binnenkrijgen als we om ons heen kijken. Dat kan dus nog wel wat groeien, en met line-doublers en progressive scan technieken zien we dat ook gebeuren.
Steeds betere transmissie- en compressietechnieken maken videoverkeer via telefoonlijnen mogelijk en daarmee doemt het beeld op van echte video-on-demand. De flexibele structuur van het Internet-netwerk en dan vooral de (IP) adressering, menustructuur en user-interface zal ongetwijfeld op termijn van 3 tot 6 jaar video-distributie tot de killer-applicatie maken. In concurrentie met de traditionele distributie via ether, satelliet of kabel, zien we dan ook dat de kabelboeren zo snel mogelijk hun hap uit de Internet-koek willen nemen. Want op termijn kan die video-distributie vast ook via GSM-achtige mobiele telecommunicatie, met satellieten of antennes.

USA- Europa
De verschillen in de Internet-economie tussen de VS en Europa zijn aanzienlijk, maar komen niet doordat in Amerika meer kabels zijn, betere verbindingen en een betere telefoon-service (want dat is niet zo). Er is in zekere zin een vrijere markt, maar die wordt beheerst door een paar hele grote oligopolisten. Er is ook een zeker voordeel doordat in de VS lokale gesprekken gratis of heel goedkoop waren, maar die vrijheid wordt steeds meer ingeperkt, juist vanwege de Internet-toegang. Aan de andere kant is er in Europa meer ISDN en een redelijk werkend datanet. De wezenlijke verschillen zitten in de belastingpraktijk, vooral het feit dat de sales-tax (lopend van 6 tot wel 12%) niet verschuldigd is bij bestellingen uit een andere staat en in de bescherming van de privacy. Dat Amazon.com, Dell, 3Com en andere email-order koplopers zo goed scoren wordt gestimuleerd omdat de koper al direct de sales-tax bespaart.
Verder vinden de Amerikanen dat het vergaren, bewerken, gebruiken en doorverkopen van individuele gegevens (koopgedrag/surfgedrag) de dienstverlening aan de klant bevordert en stelt men minder eisen aan de privacy-bescherming. Web-TV verkoopt gebruikscijfers en de (beurs)-waarde van Amazon.com is volgens de experts vooral de database die ze opbouwen over hun klanten. In Europa zijn strengere eisen aan persoonsregistraties, een bedrijf dat gegevens beheert met persoonlijke preferenties, koopgedrag etc. loopt al snel tegen wettelijke grenzen aan.

Micro-distributie: delivery economy
Een ander fundamenteel verschil is de micro-distributie structuur. In Europa heeft 'de post' daar (te) lang het monopolie voor gehad en is het fysiek afleveren van goederen vooral aan particulieren een tijdrovende, ingewikkelde en frustrerende zaak. In de VS is al vrij lang een structuur gegroeid waar je makkelijker kleine pakjes en goederen kunt versturen. De geografie van het land vroeg daarom, wie ver weg van de stad woont zal sneller per postorder bestellen, maar de hele samenleving is er wat meer op ingesteld. Post bijvoorbeeld wordt niet alleen besteld, maar ook uit de postbus gehaald, zo'n postbus heeft een vlaggetje om dat aan te geven. Maar ook in de grote steden zien we dat flatgebouwen (apartment buildings) en in de suburbs de veelal ommuurde complexen altijd hun eigen 24-uurs portier/beveiliging hebben. Pakjes afgeven is dan relatief eenvoudiger, zeker voor de meer welgestelden en dat is toch de groep die het meeste geld uitgeeft. In Europa zijn landen waar die praktijk van conciČrges nog bestaat, maar zeker in Nederland is dat een ernstige handicap voor de opbloei van e-commerce of delivery-economy, want afleveren (de micro-distributie wordt dat wel genoemd) blijft de bottleneck. In sommige nieuwbouwcomplexen zoals Zeeburg in Amsterdam zien we nu voorzieningen voor het afleveren van goederen, maar m'n stelling dat de grootste beperking voor de groei van elektronische handel de maat van de brievenbus is, blijft al jaren overeind.
Er zijn een aantal producten en diensten, die geen fysieke distributie nodig hebben (speculeren, software) maar dat wordt nogal overdreven. Het versturen van een DVD-disc met 4,7 Gigabyte is altijd nog stukken goedkoper dan dat via een ISDN binnenhalen, dat gaat met maximaal 1Megabyte per minuut, dus voor die 4,7 GB is 80 uur nodig. En wie via z'n kabelnet-modem ooit meer dan 300 Kbps ziet binnenstromen (en dat is maar 35 kilobyte) of ervaart welk een flutkwaliteit er via Snelnet komt of uitrekent wat bij een prijs van 60 cent per megabyte (dat is wat A2000 rekent als je per maand boven de 250 MB komt) die DVD zou kosten, beseft dat fysieke distributie nog lang het knelpunt zal zijn.
IP-telefonie ofwel telefoneren via het Internet is, vergeleken met de normale telefonie voorlopig een leuk alternatief, maar omdat IP-verbindingen uiteindelijk niet meer zijn dan store&forward pakketjes zal de kwaliteit minder blijven dan die van de telefoon-lijnverbinding, ook al is die virtueel. Door dedicated lijnen te gebruiken en niet het vaak warrige Internet waarbij de pakketjes hun eigen weg zoeken kan die kwaliteit wel verbeteren, maar dan gaat het voordeel van de lagere transmissiekosten ook verloren. Als de IP-telefonie per megabite dan op dezelfde manier afgerekend gaat worden als normale telefonie dan zijn de kosten vergelijkbaar en is IP-telefonie hoogstens als tweederangs budget-telefonie te kwalificeren. De zogenaamde IP-telefonie is dus uiteindelijk niet meer dan een technisch trucje dat gebruik maakt van hiaten in de billing voor transmissie met voorlopig wat leuke niches.

The medium is the hypnosis
We geloven (vrees ik) zozeer in de elektronische hemel, dat we gebiologeerd zijn geraakt door Internet en informatica in al zijn vormen. Het medium is the message geworden, Marshall McLuhan wist het al. Ik ga nog een stapje verder en stel dat het medium de hypnose is geworden, we zijn blind voor de gevolgen zoals het verlies van identiteit.
Groepsgevoel, gevoed door GSM en Internet neemt de plaats in van individuele expressie en verwerking en onze weerstand tegen het onverwachte en onvoorziene neemt af. We worden afhankelijk van het netwerk, van het comfort en de zekerheid (heten web-toegangen daarom misschien ook portals, voorportalen van de elektronische kerk), maar wat gebeurt er als de stroom uitvalt of ons virtuele geld verdampt? Y2K is wat dat betreft een teken aan de wand. Het ziet er overigens naar uit, dat de privacy-bescherming pas meer prioriteit zal krijgen, als er wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar de kosten (medisch, werkverzuim, verslaving, vervreemding) die samenhangen met paranoia en andere psychische gevolgen van gebrek aan privacy. Die rationele link tussen lichamelijke en geestelijke integriteit van de persoon en zijn functioneren en welbevinden is nog te weinig in kaart gebracht, maar zou de basis kunnen worden van een vergelijkbare juridische strijd als nu rond de tabaksindustrie.

Luc Sala


© NetInfo