Serienummer
Bij de presentatie kreeg het tweede nieuwtje van de Pentium III
veel minder aandacht: Mike Aymar noemde het serienummer van de
Pentium III waarmee Internetgebruikers op elk moment kunnen worden
'gekoppeld' aan een processor slechts terloops. Dat serienummer
heeft echter in de weken voor en na de introductie veel stof doen
opwaaien, omdat het de privacy van consumenten zou aantasten.
Consumentenorganisaties in de VS zijn een rechtszaak begonnen.
Intel is deels aan de kritiek tegemoet gekomen: het serienummer is
niet continu opvraagbaar als er een verbinding is met Internet,
maar kan door de gebruiker zelf worden in- en uitgeschakeld. Het
laatste woord over het serienummer is nog niet gezegd: het
softwarehulpje om het serienummer in- en uit te schakelen is daags
na de introductie gekraakt.
Overigens ziet Intel het serienummer voor de processor niet als een
bedreiging voor de consument, maar juist als een extra
veiligheidsmaatregel bij het kopen van spullen via Internet of het
versturen van vertrouwelijke gegevens: de softwarebeveiliging met
gebruikersnamen en wachtwoorden heeft gezelschap gekregen van een
stukje hardwarebeveiliging.
Internet centraal
Voor de promotie van de Pentium III is $ 300 miljoen uitgetrokken.
Centraal in het begeleidende marketingverhaal staat het
Internettijdperk. Zes jaar geleden waren data, graphics, video,
audio en foto's afzonderlijke grootheden. Nu is dit allemaal
samengesmolten op Internet, maar helaas laat de presentatie op de
computer te wensen over. De Pentium III moet de prestaties van
Internet sterk verbeteren met de Internet Streaming SIMD
Extensions. Intel verwacht verder dat de handel via Internet een
grote vlucht neemt: daar past het serienummer dat het mogelijk
maakt veiliger transacties uit te voeren natuurlijk uitstekend bij.
Het verhaal is niet nieuw: in grote lijnen heeft Intel dit verhaal
al eind 1997 gehouden. De fabrikant schetste toen een
toekomstperspectief waarin Internet eveneens centraal stond; het
accent lag toen echter op e-business en Intel leek de
computerenthousiastelingen die Internet gebruiken voor spelletjes
even uit het oog te zijn verloren. Daar is nu geen sprake van:
zowel de mensen die in 2002 volgens schattingen voor een omzet van
$623 miljard (!) in Internet-handel gaan zorgen als de ruim 15
miljoen 'gamers' komen in het spel voor.
Pentium III: voor wie?
Wie heeft er baat bij de Pentium III? Krijgen dealers een betere
marge op hun machines met de Pentium III? Wakkert de Pentium III de
vervangingsvraag bij consumenten aan? Zijn bedrijven die drie jaar
geleden hun oude 286'ers en 386'ers hebben vervangen voor
Pentium-machines bereid hun millenniumbestendige PC-park voor het
einde van het jaar op te waarderen? Draaien kantoortoepassingen
beter onder de Pentium III? Op al deze vragen luidt het voor de
hand liggende antwoord 'nee'. Investeert Intel dan wereldwijd $ 300
miljoen dollar in een campagne voor de fanaten die altijd het
nieuwste van het nieuwste willen? Opnieuw is het voor de hand
liggende antwoord 'nee'. Intel voelt de hete adem van AMD in de nek
dat in de Verenigde Staten het eerste kwartaal voor het eerst meer
processoren voor retail-machines leverde dan Intel en in het
middensegment het marktaandeel heeft zien stijgen van 33% naar 39%.
In het `low end'-segment is het aandeel van AMD volgens PC Data nu
43,9%, Intel zit daar volgens de marktonderzoekers een kleine vier
procent onder (40,3%). Die marktverschuiving vindt Intel uiteraard
niet leuk, maar de oppermachtige positie van Intel is niet
wezenlijk aangetast. In welk perspectief moeten we de Pentium III
dan zien?
Er blijft weinig anders over dan de marketingstorm rustig over te
laten waaien en te wachten op de omlijsting van de volgende
generatie: de Coppermine die voor het derde kwartaal op het
programma staat. Dat wordt de eerste processor die is uitgerust met
een frontside bus met een kloksnelheid van 133 MHz. De Pentium III
blijft het doen met de 100 MHz-bus. De Coppermine is dan tevens de
eerste processor die wordt gefabriceerd met 0,18 microntechnologie
en met een L2 cache op volle snelheid. Tegen die tijd is de Pentium
II al niet meer leverbaar. Intel zegt zelf dat de Pentium II binnen
negen maanden volledig is uitgerangeerd, PC-fabrikanten lijkt het
echter waarschijnlijker dat de Pentium II en III niet langer dan
zes maanden naast elkaar worden geleverd. De Pentium III is volgens
Aymar nu al `mainstream' en de geschikte processor voor instap-PC's
kost rond de fl.4000,- . De prijsstelling wijst ook in die richting.
De Pentium III met een kloksnelheid van 450 MHz, biedt afgezien van
de SIMD-extensies geen verbetering ten opzichte van de P-II op 450
MHz en werd ge‹ntroduceerd met dezelfde prijs als de PII op dat
moment. Intel heeft de 450 MHz-Pentium II inmiddels in prijs
verlaagd tot $475 bij een afname van duizend stuks. De Pentium III
heeft een prijskaartje van respectievelijk $496 voor de 450
MHz-versie en $696 dollar voor de 500 MHz-versie. De 450
MHz-Pentium III kost daarmee op het moment in Nederland slechts
honderd gulden meer dan de Pentium II met dezelfde snelheid
(fl.1.190,- tegenover fl.1.105,- exclusief BTW). Voor de consument die
een middenklasse-PC koopt zal dat geen reden zijn de Pentium III
te laten liggen.
Intel Benelux, 010-2866111, http://www.intel.com,
http://www.inteloutfitter.com; http://www.cnn.com;
http://www.zdnet.com