Veel meer dan de computers die in hotels en op kantoren inderdaad gemeengeoed zijn geworden is het de mobiele telefoon die cultuurbepalend blijkt. De hotelportier die een rondvaart regelt met z'n mobieltje, de bereikbaarheid van voorlopig een toplaag van zakelijke, politieke en criminele gebruikers is nog geen gemeengoed maar zal niet lang op zich laten wachten. De prepay is zeker voor zo'n fragiele economie met veel bederfelijk spul een uitkomst en kan bijvoorbeeld de netto voedselproduktie maximaliseren. Ook de bereikbaarheid van medische voorzieningen en in het algemeen de weerbaarheid van de bevolking tegenover een vaak corrupte overheid kan toenemen. Waar een computer in administratieve toepassingen met wantrouwen bekeken wordt, het betekent meer mogelijkheden voor controle in een economie waar vrijwel alles zwart gaat, is een mobiele telefoon ongrijpbaar, kan door veel mensen samen aangeschaft en gebruikt worden en heeft een simpele interface.
Misschien dat men qua technologie en vooral batterij-laden nog wat meer aan opwindmodelletjes of zonnepaneeltjes moet doen, maar het ziet er naar uit dat mobiele telefonie veel meer zal veranderen in ontwikkelingslanden dan de computer in 20 jaar. Het is vooral psychologisch, maar als toerist merk je dat heel duidelijk, je durft met een mobieltje op zak toch wat dieper Bangkok in te duiken, je voelt je minder afhankelijk van de schandalige afzetterij van hotels die voor gewone telefoongesprekken een fortuin rekenen (zelfs met een telefoonkaartje rekenen ze dan toch 5 of 10 dollar alleen maar voor de verbinding). We hadden zelfs het gevoel dat men in grote hotels en op het vliegveld geen zenders voor mobiele telefonie toelaat of die stoort en je dus weer via een of andere oplichtersclub extra duur internationaal moet bellen.
Internet-zichtbaarheid
In Katmandu (Nepal) is mobiele telefonie pas in juli dit jaar begonnen, en daar zie je een andere fenomeen. Ook al weer in relatie tot de kosten van internationaal telefoneren (en faxen) is er een boom in Cybercafe's, Internet-access winkeltjes en heeft vrijwel ieder hotel e-mail en een Website. Vooral in de toeristenwijken struikel je over Internet-bordjes, want een rugzaktoerist die al gauw tien gulden of meer per minuut telefoneren kwijt is, wil dan wel voor een paar dubbeltjes per minuut Internetten. De opkomst van het Internet hier heeft duidelijk te maken met de toeristen, maar ook met het feit dat ondernemende lieden uit India (Bangalore) hier de zaak hebben opgezet. Een paar service-providers (er zijn drie providers met samen een 15.000 gebruikers) hebben alle hotels en ontwikkelingswerk organisaties hier een eigen Website aangesmeerd, Nepal is wat dat betreft echt Internet-hip. Leuk, hotels kun je per e-mail boeken en excursies en trekking op afstand regelen. En natuurlijk naar huis e-mailen in plaats van telefoneren, denk je dan.
Dat valt overigens tegen, want je eigen e-mail bekijken kan bijna nergens, ze geven je liever een nieuw hotmail adres als je wat wilt versturen, toegang tot je eigen postbus thuis krijgen lukte ons in iedere geval niet. Ze zijn ook tamelijk angstig als je met een floppy komt, je krijgt het gevoel dat mogelijk de politie en veiligheidsdiensten hier alle e-mail in de gaten houdt. Zeker nu India en Pakistan weer een robbertje oorlog in Kashmir achter de rug hebben en de politieke situatie verre van vreedzaam is en Ben-Laden weer gedreigd heeft om de Pakistaanse leiders te vermoorden is dat misschien ook wel begrijpelijk.
In het hotel in Katmandu waar we logeerden kwam toevallig de eerste minister van Nepal (K.P. Mattaray) op bezoek en dat ging gepaard met een hele invastie van speurhonden, militairen en dignitarissen die de zaak afzetten en controleerden. Het is overigens wel grappig of misschien triest om te zien hoe de kranten en nieuwsmedia hier van beide kanten de zaak verdraaien. India claimt een overwinning op Pakistan in naam van de vrede, maar gaat rustig door om in andere segmenten van de Kashmir demarcatielijn (Line of Control) artilleriebombardementen op burgers aan de de Pakistaanse kant uit te voeren. Slachtoffers tellen hier nauwelijks, wie sneuvelt is een held, zeker in het licht van de godsdienstige achtergrond van het Kashmir-conflict, namelijk de strijd tussen het steeds islamitischer Pakistan en het Hindu/boeddhistische India. Vanuit Afghanistan is er sterke druk op de Pakistaanse regering om dat land om te vormen tot een fundamentele moslim-staat en omdat de mujahideen het leger in ernstige mate geinfilteerd hebben is dat voor de wereldvrede een zeer gevaarlijke situatie. Twee kernmachten, die nu zelfs openlijk toegeven ook waterstofbommen te willen maken (en beproeven), dat is heel wat gevaarlijker dan de Kosovo-situatie.
Nepal is een goede plek om daar inzicht in te krijgen, want je kunt er zowel de Indiaase als Pakistaanse propagandamachine op de TV in werking zien, de fanatieke stellingname waarbij beide partijen overwinningen en successen claimen, met gelukkig een enkele Nepali journalist die wat afstand neemt.
Nepal is een heel arm land en is enorm afhankelijk van ontwikkelingshulp en donor-landen en organisaties. Nederland heeft in het verleden veel gedaan, maar nu is Nepal geen concentratieland meer, men vond het op overheidsniveau te corrupt, het geld verdween in de verkeerde zakken.
Ontwikkelingshulp in dit soort landen is ook vrij ondankbaar werk, want de steeds maar groeiende bevolking (nu ruim 20 miljoen) kan niet meer leven van wat het land oplevert, de vervuiling wordt steeds erger en vergeleken met zo'n 10 jaar geleden is er oppervlakkig gezien nauwelijks iets verbeterd. Meer auto's en meer motorfietsen, meer vervuiling en niet genoeg geld om de wegen maar te onderhouden, zo'n land is eigenlijk alleen maar te helpen door de bevolkingsaanwas drastisch te beperken. Maar kinderen zijn hier je pensioen, als je al bijna niet rond kunt komen zijn die paar roepies die je kinderen bij kunnen bedelen of via kinderarbeid op het veld of in de tapijtfabriek bijdragen weer meegenomen.
Een paar weken rondkijken en praten met mensen die hier al veel langer zitten geeft je ook het gevoel dat al die grootschalige projecten om infrastructuur te ontwikkelen, de landbouw te verbeteren of de democratie en weerbaarheid van burgers te verhogen averechts werken.
In een land waar vrouwen nog niet eens erfrecht hebben klinkt emancipatie wel stoer, maar zitten ze er op te wachten? Betere wegen, bruggen en communicatie, het klinkt leuk, maar allerlei programma's die `food for work' gebruikten om bijvoorbeeld inlanders hun eigen wegen te laten aanleggen in ruil voor extra voedsel hebben wel de lokale markt ontwricht. De boeren raken hun eigen gerst en produkten niet meer kwijt als Amerikaans graan met vrachtwagens tegelijk wordt binnengebracht.
De enige industrie die echt geld binnenbrengt, namelijk het toerisme is helemaal niet zo gebaat bij betere wegen en toegankelijkheid. Het klinkt wel leuk, dat je nu als rugzaktoerist overal kunt komen, maar de ecologisch en economische gezien helemaal niet zo handig. Dat iedereen zich voor 35.000 dollar naar de top van de mount Everest kan laten slepen (op een dag waren er 38 `klimmers' die de top haalden) klinkt leuk, maar waar bljft de uitdaging? Geblinddoekt naar boven, achteruitlopend, welke honderdjarige is de eerste Everest-bedwinger, wie geeft er een millennium-feestje in base-camp?
Het verbeteren van de communicatie en de bereikbaarheid van het achterland betekent meer contact met de `beschaving', meer geld-economie en meer afhankelijkheid, met op den duur desastreuze gevolgen voor cultuur, natuur en mensen. Ik krijg de indruk dat alleen heel kleinschalige ontwikkelingshulp met een heel grote betrokkenheid van de donors nog een beetje helpt. Als je ontwikkeling niet alleen telt in aantallen motorfietsen, viagara-pillen, PC's en Internet-aansluitingen dan is een land als Nepal eigenlijk het bewijs dat onze 'hulp' ze eigenlijk alleen maar verder in een negatieve spiraal van verpaupering, milieu-aantasting
en afhankelijkheid duwt. Dat is misschien een nare observatie voor al die ontwikkelingswerkers die hier ongetwijfeld hun (tegenwoordig best aardig betaalde) best doen, maar net als in Amsterdam is het een illusie om te denken dat `witte' technologie en `witte' economie hier effectief zijn.
Luc Sala
(vanuit Katmandu)