next -index- prev

Digitale Delta

Het overheidsbeleid voor ICT komt niet veel verder dan positieve waardering, wat vage projecten als Gigaport en Twinning en een hele berg geld voor wie de subsidiekraan weet te vinden. Uitgaande van achterstandsvrees en `Nederland moet naar de top' is stimulering van ICT vooral publicitair een leuk verhaal, maar dat www.overheid.nl pas 1 september jl. de lucht in ging geeft wel aan dat men eigenlijk jaren achterloopt en dan nog de opdracht gunt aan Roccade, die er voor veel geld een tam zootje van maakte.

In Den Haag houden ze van nota's en brede gebaren, maar wanneer het over ICT gaat houdt het meestal weinig meer in dan veel woorden, positieve accenten en leuterkoek van zowel de bewindslieden (Jorritsma/van Boxtel) als de kamerleden die hen zogenaamd controleren. Voor de PvdA is dat een aanfluiting. Als je Marjet van Zujlen, digitaal ondeskundologe, tegenover mevr. Jorritsma de nota Digitale Delta aan de orde stelt, is het dan een sollicitatiegesprek of zitten ze daar in Den Haag allemaal in hetzelfde schuitje elkaar de hand boven het hoofd te houden. Vooral als de camera's lopen hoor je geen onvertogen woord, hoogstens van de oppositie wat vragen over MKB en allochtonen, de regeringspartijen dekken elkaar en de ministers, het basisverhaal van paars.
Het debat over de Digitale Delta nota wordt door bijvoorbeeld mevrouw Voûte (VVD) gebruikt om vooral nog maar eens te herhalen hoe belangrijk ICT wel is en dat we vooral meer moeten stimuleren, meer geld en meer plannen, want we moeten naar de top in Europa. Het klinkt tamelijk hol, feitelijke suggesties komen er nauwelijks uit de kamer, zelfs Roel Pieper op de publieke tribune inspireert nauwelijks. Te veel keurige heren van ministeries, die met de ene hand zogenaamde ICT en vooral kleinschalige projecten stimuleren, maar aan de andere kant het kabel- en Internet laten vermonopoliseren. Praten over ICT zonder Rick v.d. Ploeg (media) is daarom op zich al zo'n gotspe.
Zelfs ik zal niet ontkennen dat de meeste aandacht en investeringen in de ICT wereld naar Internet gaan. Wat heeft een minister van van Boxtel behalve het millennium met ICT te maken? Of weet Jorritsma (economische zaken) er zoals gebruikelijk te weinig van en mag Rogier wat deskundigheid leveren vanaf de zijlijn. Prutswerk, zonder visie, zonder kritiek en vraagtekens over wat ICT ook aan schade kan aanrichten, zonder veel aandacht voor de digitale tweedeling die men wel constateert maar wil oplossen door meer witte ICT op zwarte scholen los te laten.
Publicitair moet er geregeld over ICT gejuicht worden, maar het lijkt luchtfietsen, gemakkelijke kreten lancerend staan kamer en ministers vooral hun politieke image op te poetsen. Want een nota over ICT beleid die voorbijgaat aan de 4 tot 5 miljard bestedingen van de overheid zelf en maatregelen om dat nu eens goed te besteden is niet serieus te nemen.
En als je dan een planning voor dat beleid ziet, die voornamelijk ijkpunten als oplevering van de website http://www.overheid.nl kent, dan is duidelijk dat ICT-beleid meer gezien wordt als PR-instrument dan als cruciaal maatschappelijk fenomeen waar veel meer visie, controle, projectstimulering en studie naar effecten als textualisering, RSI, sociale isolatie door web-communicatie etc. etc. nodig zijn.
Dat de Kamer zelf hier niets van begrijpt bleek toen de voorzitter mevrouw J. van Nieuwenhuizen besloot de behandeling van de Digitale Delta nota te verplaatsen naar de plenaire zaal. Want KPN zou de hele zaak op het Internet uitzenden, een unicum (ieder tweede bordeel van Amsterdam heeft al jaren een webcam, maar vooruit) waar de ministers en kamerleden van achterover lagen. Maar toen kwam het addertje te voorschijn, als je beelden uit de plenaire vergaderingen wilt gebruiken, moet je de NOB/samenwerkende omroepen fors betalen (er werd een bedrag van ¦ 18.000,- genoemd dat de KPN moest ophoesten).
Leuk geregeld, zo'n monopolie op Tweede Kamer-beelden. Want verder mag je daar niet of zeer beperkt (zonder statief en maximaal 10 minuten aan het begin) filmen. Daarmee kwam het debat wel op Internet, maar bijvoorbeeld niet op mijn lokale omroep KleurNET met toch ook 512.000 aansluitingen in groot Amsterdam. Informatievrijheid, een lachertje in Den Haag waar zelfs de Tweede Kamer dus volop meedoet aan het instandhouden van monopolies en inperken van de informatiestroom naar het publiek. Of wil men vooral de eigen onkunde en het corrupte incrowd-sfeertje niet naar buiten laten sijpelen door de toneelstukjes in de kamer in hun inhoudelijke armoede te tonen.
Ik voorspel dat geregelde webcam-reportages vanuit de Tweede Kamer er onder paars niet zullen komen, de NOB, de omroepen, en de figuranten aan beide zijden van de tafel zijn daar niet bij gebaat. De boertjes van buuten moeten maar buiten blijven, openbaarheid van bestuur is ter discretie van de kamervoorzitser, hoe durfden we daaraan te twijfelen.

Luc Sala


© NetInfo