next -index- prev

Digitale fotocamera's in een stroomversnelling

Megapixels, betere objectieven en snellere resultaten

Een tijdlang heeft de digitale camera aan de zijlijn van de fotografie gestaan. De goedkopere compact-modellen boden onvoldoende beeldkwaliteit voor meer dan kleine kiekjes of Internet-gebruik. Professionele modellen met de mogelijkheden van een spiegelreflexcamera waren schrikbarend duur. Inmiddels is er nu echter een veelbelovende megapixel midden-klasse, zowel bij foto- als videocamera's, die de digitale fotografie in een ware stroomversnelling brengt.

Pixels en lijnen
De zogenaamde megapixel fotocamera biedt meer dan 2 miljoen pixels. Met zoveel beeldpuntjes wordt de middenklasse digitale fotocamera ineens een aantrekkelijk betaalbaar alternatief voor de traditionele met chemische films werkende compact of spiegelreflexcamera. Nooit meer films hoeven te kopen, rechtstreeks downloaden naar de PC en de combinatie van video & fotocamera spreken de markt aan.
Een heikel punt bij digitale versus met chemische filmemulsies werkende fotocamera's is het aan de scherpte & korreligheid gerelateerde aantal beeldpuntjes en -lijnen. Bij het testen van gewone fotocamera's met filmrolletjes wordt de zogenaamde lijnentest gebruikt. Een speciale testkaart biedt lijnen aan die steeds dichter tegen elkaar aan staan. De beste objectieven en films scheiden de meest fijne beeldlijnen van elkaar. Hoe meer lijnen, hoe beter het scheidend vermogen. Een score van 200 lijnen per cm was dan bijvoorbeeld goed voor een zoomobjectief. Een beetje diafilm hoorde dik boven de 6000 horizontale x 4000 verticale lijnen per 35 mm beeldje te komen.
Bij digitale fotocamera's wordt het scheidend- of oplossend-vermogen aangegeven in beeldpuntjes waarin het digitale beeld wordt weggeschreven, de pixels. Hoe meer pixels des te beter het beeld in principe uitpakt. Enkele standaard-waarden:

Met name de digitale foto en filmcamera's die boven de 1 en liefst 2 megapixels uitkomen worden voor de foto- en video-amateur interessant. Daarmee zijn thuis op de eigen PC met software voor de digitale doka zelf goede foto's af te drukken. In een aantal gevallen kan de foto/video-camera ook rechtstreeks op een geschikte fotoprinter worden aangesloten.
Een tamelijk theoretische discussie is het verschil in kwaliteit tussen de foto-CCD-chip met het daaraan gekoppelde opslagformaat en de chemische film. De kleinbeeld film zal voorlopig de digitale opname in het oplossend / scheiden-vermogen dik blijven verslaan. Praktisch gezien zal de amateurfotograaf doorgaans niet groter dan A4 of A3 afdrukken. En dan worden de verschillen al een stuk moeilijker te zien. Men verwacht dat straks bij de komende 4 Megapixel-modellen het voor een A3-afdruk niet meer uitmaakt of deze nu van digitale of film komaf is. Bij A4 is dat nu al met de 2 Megapixel modellen het geval.
Bij de DV en Digital8 videocamera's is veelal nog sprake van opname in het PAL-formaat, 720 x 576 pixels. Een stuk minder dan de moderne Megapixel camera's. De nieuw Sony DCR PC100E beschikt echter al over een CCD die digitale foto's met meer dan 1 miljoen pixels mogelijk maakt.

Objectief
Fotografen-land is gewend aan de brandpuntsafstanden voor kleinbeeld (35 mm) film. Standaard is 45-50 mm hetgeen ongeveer met de menselijke ooghoek overeenkomt. Langer dan 50 wordt tele-bereik. Bijvoorbeeld een 200 mm objectief vergroot vier maal. Kleiner wordt groothoek genoemd.
Bij de digitale fotocamera en camcorder wordt een veel kleiner oppervlak dan de 36 x 24 mm van het kleinbeeld gebruikt. Gebruikt men standaard foto-objectieven op deze kleinere chips dan ontstaat er een verlenging van de brandpuntsafstand met een factor van circa 7. Dientengevolge moeten er voor de digitale fotografie veel kortere brandpuntsafstanden gebouwd worden om een normaal of groothoek-bereik te kunnen realiseren. Zowel bij digitale fotocamera's als camcorders wordt vaak naar een zoomobjectief gegrepen voor het maken van digitale foto's. De camcorders lijken daarbij met hun groter zoombereik van 10-20 maal in het voordeel. Vaak vallen de prestaties t.g.v. gebrek aan groothoek en het feit dat een videolens voor bewegende beelden minder goed hoeft te zijn dan een foto-objectief voor stilstaande beelden toch tegen. Sony probeert hier wat aan te doen door toepassing van speciale Carl Zeiss objectieven.
Op de eenvoudiger digitale compactcamera's vindt de fotograaf objectiefjes met een vastbrandpunt. Spiegelreflex-typen of modellen die daarop lijken bieden doorgaans korte zoomobjectieven met 3 maal zoom. Voor een grotere groothoek en tele-stand zijn voorzetlensjes verkrijgbaar. Verder is er de mogelijkheid van digitaal inzoomen hetgeen wel tot verlies van beeldkwaliteit, er wordt immers een kleiner opnamedeel van de foto-CCD gebruikt, kan leiden.
Sony is met de Cyber-Shot DSC-F505 een van de eerste fabrikanten die met een 5 keer optische zoom tot 10 maal digitale zoom komt.

Opslagformaat
Bij het opslaan en verder verwerken van de digitale foto's krijgt de fotograaf met verschillende zaken te maken. Als eerste het aantal pixels. Een opname van 2MB neemt ook twee 2MB aan geheugen in beslag. Dat wegschrijven kost in eerste instantie tijd, een aantal seconden waarin geen nieuwe foto's gemaakt kunnen worden. Duurdere digitale fotocamera's passen in deze een intern RAM-burst-geheugen toe. Dat is een snelle geheugenbuffer waarin meerdere opnames kort achter elkaar kunnen worden opgeslagen. De Nikon Coolpix 950 heeft er zelfs eentje van 48 MB waaruit de camera automatisch de scherpste shot voor definitief bewaren kan selecteren.
Vanuit het eigen camera-RAM wordt de digitale foto weggeschreven naar een meer permanent geheugenkaartje, Memory-stick, diskette of videotape. Hoeveel daar precies aan foto's opgaat hangt van de capaciteit af. Op een geheugenkaartje van 32 MB passen 16 foto's van 2 MB. Om meer foto's op het geheugenkaartje te kunnen zetten wordt gebruik gemaakt van compressie. Dat is simpelweg het weglaten van beeldinformatie die later, in de definitieve foto-afdruk, weer door de computer teruggerekend kan worden. Te veel compressie geeft uiteindelijk toch verlies van beeldkwaliteit. Een factor 2-10 kleiner maken (d.w.z. 2 MB wordt 1 MB tot 200 KB) levert nog goede tot acceptabele resultaten.
De foto's naar de computer overzetten kan via een kabeltje of uitneembare geheugens. Bij de kabeltjes is er de keuze uit het relatief trage seriële type, of het snellere USB en FireWire. Uiteraard dient de PC of notebook over een compatibele ingang te beschikken. De bij de camera of foto-adapterkaart geleverde software verzorgt het transport, eventuele nabewerking en opslag van de foto's als digitale bestanden op de harddisk.
Voor de uitneembare geheugens zijn er speciale adapters of inleesapparaatjes voor de PC verkrijgbaar. De snelheid van uitlezen hangt van het type kaartmedium en uitlezer af. Daarnaast werken enkele camera's gewoon met 3.5 inch diskettes.
Let er verder op dat de digitale fotocamera's normale pixel-bestanden zoals .TIFF en .JPEG-gebruiken. Afwijken fotobestanden moeten eerst weer naar een voor de foto-software bruikbaar bestandsformaat omgezet worden.

LCD-display
Van oudsher wordt de te maken foto in de zoeker bekeken. Het mooiste is een zogenaamde reflexzoeker. Die toont de fotograaf tussen de 85-100% wat er in beeld komt. Het effect van in- of uitzoomen valt zo goed te beoordelen Bij compactcamera's is er echter sprake van een soort richtzoeker die geen zoom-effecten toont. Kaders geven een ruwe indicatie. Afwijkingen, de parallax, worden vooral hinderlijk bij dichtbij- en macrofotografie. Er kunnen dan hele stukken wel of niet in beeld komen. De camcorder en de volgens een spiegelreflex-systeem werkende fotocamera's zijn hierbij duidelijk in het voordeel.
Een andere mogelijkheid tot beoordeling van de te maken foto vormt het LCD-schermpje. Hierop vallen de beelduitsnede en kleuren al redelijk tot goed te beoordelen. Een tweede toepassing van het CD-schermpje vormt het instellen via de bedieningsmenu's van de camera. En last but not least kan de fotograaf de foto's achteraf bekijken of aan derden laten zien en zo nodig de mislukkelingen direct wissen.
De beperkingen van de LCD-schermpjes schuilen hem in de gevoeligheid voor invallend daglicht (slecht leesbaar), een te geringe grootte of scherpte.
Digitale fotocamera's lusten hun batterijen doorgaans rauw. Niet alleen kost het wegschrijven van elektronische beelden en de ingebouwde flitser veel stroom. Ook het LCD-schermpje vreet energie. Een set van vier Alkaline AAA-cellen kan binnen een uur al leeg zijn.
Aanbevolen wordt het gebruik van MetaalHydride accu's of een broekzak/model.
Aan een digitale fotocamera zijn, afhankelijk van het model een aantal zaken instelbaar. De witbalans is net als bij een videocamera van belang.Bij een aantal modellen zijn er mogelijkheden voor tegenlichtcorrectie en het veranderen van de ISO-filmgevoeligheid. Het opslagformaat met wel of geen compressie biedt vaak meerdere opties.
De geavanceerdere modellen bieden uitgebreide flitsmogelijkheden met altijd, geen of invulflits, het synchroniseren met externe flitsers, belichting op het voorste of achterste sluitergordijn en reductie van rode oogjes. Verder zijn er zoom- en macro-opties.
Voor al deze instellingen worden doorgaans menu's en drukknopjes gebruikt. Vroeger was daar een hele studie voor nodig. Tegenwoordig mag gezegd worden dat deze instelmenu's steeds gebruiksvriendelijker en logischer worden.
Een ander hoofdstukje vormt het intern verder bewerken van de gemaakte foto's. Een aantal digitale fotocamera's pept de gemaakte foto's qua het aantal pixels, contrast en/of scherpte nog wat verder op. Men noemt dit bijrekenen extrapoleren. Dat kan natuurlijk ook achteraf met software zoals Adobe PhotoShop.

U.S.


© NetInfo