next -index- prev

Monteren op de PC: de praktijk

Ondanks al die prachtige mogelijkheden van de PC en de video-software blijft de gebruiker degene die de film moet maken. De editing-PC biedt slechts het gereedschap en soms een aantal voorbeelden.

De videomaker bepaalt het verhaal en de opmaak. Zonder een goed idee, een verbindende verhaallijn of scenario is de kans op een succesvolle montage klein. De PC kan kant-en-klare scripts geven voor het vakantiefilmpje. Dat wordt dan wel eenheidsworst. Leuker is om zelf een verhaalgegeven te bedenken, dat eerst op papier uit te werken en als een soort elektronisch storyboard op de PC over te nemen.
Is het verhaal eenmaal bekend en zijn de beelden geschoten dan wordt het tijd om te `spotten', het bekijken van het materiaal op geschiktheid om in de uiteindelijke montage op te nemen. Dat gebeurt bij voorkeur op een gewone TV of videomonitor. De VGA-monitor is wat minder geschikt, tenzij men het spotten met het capturen combineert.

Capture en monteren
Er zijn die manieren om te capturen.

  • Al het materiaal naar de harddisk wegschrijven en daar later in gaan snijden.
  • Batch-capturing (bij het materiaal worden de in- en uit-punten van de verschillende scènes en de montagevolgorde aangegeven; de computer gaat vervolgens de gevraagde scènes digitaliseren en tot een geheel samenvoegen).
  • Steeds een afzonderlijk stuk bekijken en digitaliseren. Het verdient aanbeveling om de fragmenten een herkenbare naam te geven. Direct op de gewenste maat bijsnijden voorkomt dat de editor dat later vergeet en er ongewenste beelden in de montage optreden. Houdt bij gebruik van effecten de in/uit-punten wat ruimer omdat een deel van de scène in de effectberekening wordt meegenomen.
    Zijn alle scènes gedigitaliseerd, plaats deze dan volgens het scenario op de tijdlijn of in het storyboard. Zorg voor voldoende zwart (10 seconden) aan het begin en eind van de video om straks te voorkomen dat het kopiëren naar tape midden in het beeld begint of slordig eindigt. Controleer altijd de gemaakte lassen en de synchroniteit van het geluid. Fouten kunnen nu nog gemakkelijk hersteld worden. Klopt de volgorde niet of heeft een fragment niet de juiste lengte? Gewoon de scènes verplaatsen of bijsnijden.
    Een apart item zijn de inserts. Daarvan zijn er twee typen: Het plaatsen van inserts gebeurt bij voorkeur voor het toevoegen van de effecten. Ook is het raadzaam om elk effect eerst in een preview te beoordelen en na het renderen te controleren. Maak het niet te bont met effecten. Selecteer het gewenste effect en plaats dit op het effectspoor of in het storyboard. Hetzelfde geldt voor de titels. Kiezen van font, kleur, grootte en effect, beoordelen in de preview en dan laten renderen. Plaats eerst de effecten en dan de titels. Doet u het andersom dan bestaat er bij een aantal softwarepakketten de kans dat de titels door effecten worden geconsumeerd.

    Controle
    Het geluid is de `finishing touch'. Als er nog met scènes geschoven moet worden, wacht dan met het plaatsen van commentaar en achtergrond-geluid. Bij moderne pakketten schuift de zaak vaak wel automatisch mee, maar je weet nooit 100% of alles weer op zijn pootjes terecht komt.
    Bij het originele geluid van losse scènes is het verstandig dit eerst te bewerken alvorens er effecten komen die beeld en geluid beïnvloeden. Anders gebeuren er (soms) vreemde dingen.
    Zijn alle bewerkingen gedaan dan kan de gehele film zonodig worden doorgerekend of afgespeeld worden. Let bij het afspelen goed op de overgangen, beeldresten, storingen en het geluid. Kijk ook enkele dagen later nog eens rustig of er verborgen fouten inzitten. Sla het project waar u mee bezig bent regelmatig op. Gaat er iets fout dan kan altijd de uitgangspositie van de vorige keer hersteld worden.
    Hetzelfde geldt als de film helemaal gerenderd is. Later niet tevreden, dan zijn er nog altijd wijzigingen mogelijk.

    U.S.


    © NetInfo