next -index- prev

New eCONomy: hete lucht of toch duidelijke basis

Een economische theorie voor de cyber-age

De beursgang van WorldOnline bewees niets meer of minder dan dat ook Nederland, bij gebrek aan een duidelijke waarderingsgrondslag en in het vacuum tussen oude en nieuwe economie ten prooi viel aan bellenblazen, de media-magiers van de hebzucht konden hun gang gaan. Worldonline bewijst juist door z'n vrijwel totale gebrek aan inhoud of zelfs maar identiteit, dat we graag geloven in het new boys /honden netwerk en hun sprookjes ten eigen bate. Natuurlijk is er verschil tussen de herkenbare, innovatieve en in zekere zin unieke concepten van eBay, Amazon.com of Yahoo en de smakeloze me-too mix van Nina Brink, maar maakt dat wat uit. De IPO-experience was er niet minder om, honderdduizenden voelden de adrenaline-kick, de vedette kwam eerst breed in beeld en werd toen ontmasked, was de dramawaarde niet een paar miljard? De musical-rechten wil Endmol vast wel wereldwijd verkopen. De gokkers betaalden hun tol, iedereen smulde van de gespeelde onverschilligheid van het WOL-personeel tijdens hun ge-ensceneede persconferentie. Nina af als zakkenvulster, de gedupeerden kunnen een nieuwe politieke partij beginnen en bevestigen de louche reputatie van de moderne advocatuur, de WOL-koers hangt een paar euro boven wat ze bij de IPO incasseerden maar Nieuwe Tijden-Nieuwe Kansen speculanten blijven roepen dat het allemaal nog veel beter zal gaan.

New-eCON-omy: we verkopen ervaringen, geen produkten

"Genept worden is ook een ervaring" (vroegeeuws WOL-adagium)

God.com is groot en zijn bandbreedte oneindig. De New Economy neemt bijna religieuze dimensies aan, vooral voor hen die hun materiële welvaart afhankelijk hebben gemaakt van de beurskoersen danwel de hype-handel rond internet en ICT. Niet alleen de beursnieuwelingen, dit keer lieten ook de grote jongens zich foppen, maar hun lust om mee te reizen in de Internet-luchtballon lijkt ongebroken. Dat die Internet-bubble elk moment kan ploffen hoot je net zo vaak als dat dit de aanvang is van een nieuw "YK-RIJK", waar zich nu zelfs de gezamenlijke Eurotoppers achter stellen.
Beide standpunten met niet meer dan axiomatisch geloof of ongeloof als basis, het Kantiaanse "Ding An Sich"onttrekt zich schijnbaar aan fundamentele analyse. Men ziet een gouden kalf, maar hoe dat daar gekomen is, welke emotionele basis het Internet heeft (ik weet, dus ik ben), hoe click-gedrag (zappen is -1 op de click-schaal) de werkelijke keuze verengt, dat zit achter een mist van dollar/eurotekens.

Internetters kleden zich nog net niet in witte jassen, maar rijden wel op Kronan fietsen of in Smarts, hun gebedswieltjes zijn de opties en de Nasdaq is hun tempel.

Deze eeuw-wende kenmerkt zich door wat ik wel als de DOT.CON trend heb beschreven, een woordspeling die vast onbedoeld ook in New-CON-omy opdook. De bedonder-economie, niet alleen in cyberspace maar in openbaar bestuur, bij de banken, de executive optiejagers, in de privatiseringsgolf , in het blind zijn voor de ware kosten van de ecologie, waar is het idealisme gebleven? Burgerrechten worden vervangen door klantenrechten, naar goed Angelsaksisch recht alleen geldig wanneer ze expliciet zijn overeengekomen. Privacy is handelsgoed, iets waar je geld mee verdient.
Er wordt wat ge-spin-dokterd, geneuzeld en koffiedik gekeken, liefst met een snuifje wit om de stress te beheersen. Maar waarom is Yahoo of Lycos/Terra3 nu meer of minder waard dan Amazon, welke intrinsieke waarde heeft een cyber-format, hoe hoort een integrale balans van zo'n cyber-age onderneming er uit te zien, hoe waardeert men in de sociale balans de optie-bonding, de milieu-besparingen, het afbreukrisico en de aansprakelijkheid voor auteursrechten of hacker-kwetsbaarheid. Ook juridisch is er nauwelijks iets zinnigs te berde gebracht, m'n essay uit 1997 over clip- en click-rechten met verwijzing naar het oud-Balinese kliprecht is geloof ik alleen door Hirsch-Ballin gewaardeerd. (http;//net.info.nl).
Er lijkt geen tijd, of misschien wel een existentiële angst, om die nieuwe economy eens serieus te nemen en er een theoretische basis voor op te zetten. Niet in termen van dat vrijwel lege begrip informatie dat we overal op plakken, maar in wat daaronder ligt in termen van vervulling van een hierachie van behoeften met vooral een fijnere indeling in de top van Maslov's hierarchie. Laat ik, onbescheiden, eens een poging doen.
Belangrijker dan het klassieke onderscheid tussen goederen en diensten is vooral de scheiding in fysieke en virtuele producten. Daarbij vormt vooral de handel in "ervaringen" steeds meer de basis van de nieuwe economie. De "oude" indelingen in de economie, in bijvoorbeeld reproduceerbare en niet-reproduceerbare goederen is minder relevant geworden. Juist niet-reproduceerbare goederen zoals kunst worden digitaal vermenigvuldigd, en de 'gebruiker' ziet het in termen van ervaring.
Een andere indeling in virtuele en fysieke goederen is praktischer, wanneer we tenminste de dienstensector ook weer klassificeren naar diensten die primair een fysieke of materiële component hebben, zoals distributie, opslag, verzekering, verzorging en daarnaast diensten die voornamelijk virtueel zijn in de zin dat de ontvanger/klant er weinig meer aan overhoudt dan de herinnering. In sommige gevallen een zeer waardevolle herinnering.
Voor vrijwel alle goederen en diensten is er een combinatie van het fysieke en virtuele. Zoiets als een eenmalig radioprogramma of MPG-3 bestandje dat je eenmalig afluistert is bijna helemaal virtueel, maar wanneer je dat weer vastlegt op een drager verschijnt de materiële component weer.
Bemiddeling, het bij elkaar brengen van partijen, kopers en verkopers, is in dit kader een heel interessante dienst. Er kan een materiële kant aan zitten, wanneer er een vaste plek (beursvloer/makelaarskantoor) is of er fysieke handelingen zoals levering op volgen. Maar het kan ook helemaal virtueel blijven, een website die een chat-service aanbiedt is een bemiddelaar, een immateriële en vergankelijke dienst die resulteert in evenzeer vergankelijk en immateriël genoegen of tenminste ervaring. En daarmee is de basis van de nieuwe economie in zicht gekomen, want om die ervaring draait het. Naarmate we minder te maken hebben met de primaire behoeftes zoals voedsel, onderdak en ook zaken als voortplanting, veiligheid en (beroeps)opleiding min of meer adequaat geregeld zijn komen de hogere doelen zoals zelfverwerkelijking, gerechtigheid en individuatie in zicht, maar ook de behoefte aan "erbij" horen, ontspanning of gewoon bezighouden. Moeilijk te onderscheiden, voor de één is muziek een diepe beleving, voor de ander een tijdsvulling, maar we kunnen het wel samenvatten in het begrip "ervaring".

"Ervarings-economie"
De nieuwe economie draait om ervaringen. Niet meer de hap eten maar de ervaring van plek, voedsel, gezelschap, sfeer en timing, niet meer het boek of de CD, maar de shopping-experience. Daarin staan nog deels fysieke ervaringen tegenover totaal virtuele trips, de e-shop moet dan ook meer bieden dan goederen, het wordt een hele trip met de klassieke AIDA-verlokking, maar ook ervarings-gerichte entertainment. Een spelletje, aansluiten bij groepsgevoel, community-identificatie, sex, sensatie, spanning, grensovershcrijdend voyeurisme, de kunstmatige adrenaline van de tijdsdruk, de e-commerce exploreert klassieke thema's in nieuwe vormen. Hier is natuurlijk een beter inzicht in de individuele psychologie erg nutttig , we kunnen wat dat betreft een opleving van de 'softe' humanoria verwachten.Zijn het niet de schrijvers, musici, toneelspelers die juist die brug tussen medium en ontvanger/lezer/klant al eeuwen hebben verkend?
Er valt meer te leren van millennium-oude inzichten in de menselijke pseudo-self mechanismen (ego) uit de Veda's, het sufisme en andere vaak esoterische tradities dan uit de statistische analyses en typologie van b.v. Myers-Briggs. Bijvoorbeeld de typologie die bekend staat als het "enneagram" biedt aanknopingspunten voor e-marketing. In plaats van een systeem waarbij op basis van overeenkomsten en statistische analyse suggesties en ervaringen worden aangeboden kan daarmee een model worden ontwikkeld waarmee ook voor nieuwe en nog niet bekende produkten de doelgroep en de marketing-strategie duidelijk wordt. Overigens vanuit privacy-overwegingen een trend die zeker zorg verdient, maar de economische voordelen van op maat gesneden marketing (én produktie en distributie) zijn helder. Zeker waar het gaat om goederen en diensten met een hoog fysiek gehalte, zoals huizen of auto's zou op die manier enorm bespaard kunnen worden, zelfs bij een hogere mate van variatie en custom-produktie. Besparingen op grondstoffen, maar vooral op de handelsmarges en marketingkosten, waarmee wel de tussenhandel wordt aangetast, een van de overgangsproblemen van de nieuwe economie.
Informatie en marge werken hier tegen elkaar in, in een volkomen transparante economie verdwijnt de winst als gevolg van informatie-verschil, de homo economicus volgt tenslotte de thermodynamische wetten van de entropie, de marges vergrijzen en alleen harde factoren als kwaliteit, garantie, distributie-kosten en verdedigbare schaalvoordelen spelen een rol naast de "ervarings-meerwaarde" van merk, umfeld en niet-reproduceerbaarheid.
In de nieuwe economie draait het zogenaamd steeds meer om "informatie" maar dat is een enorme misvatting. ICT staat voor Information and Communication Technology, maar het is nauwelijks meer dan data transmissie en processing.

De constante vermenging van de begrippen data en informatie is erg verwarrend en een echt begrip van de manier waarop data soms (en niet voor iedereen en alles op dezelfde manier) informatie wordt is de uitdaging van deze tijd.

Informatie is wat de ontvanger werkelijk bereikt, een bit is only information if it bytes. Hoe dat werkt is geen kwestie van snellere processoren en meer opslag, maar van een begrip van cognitieve processen, hoe filteren of selecteren we de tientallen bits per seconde die ons werkelijk raken uit de enorme databrei die ons bereikt via de zintuigen (ogen/oren etc). Informatie in die zin is waarschijnlijk ook geen eenrichtingsverkeer, de ontvanger is niet de passieve receptor, maar beïnvloedt de zender. Het klassieke model van Claude Shannon is in die zin vergelijkbaar met de 'klassieke fysica", in de quantum-theoretische communicatie-theorie (zoals onder meer uiteengezet in mijn essays over quantum-magie) zijn zender en ontvanger met elkaar verbonden, is informatie een interactief process. Daarin spelen net als in de quantum-fysica vreemde verschijnselen, de grenzen van tijd en ruimte zoals die in het theorema van Bell (non-locality, informatieoverdracht sneller dan licht) al onderuit gehaald zijn vallen ook in de 'echte' informatica weg.
Een 'echte' informatica die ook zaken als synchroniciteit en "magie" niet aanpakt blijft beperkt tot de 'logische' causaliteit. En juist die traditionele logica lijkt steeds minder op te gaan in de "new economy". 1 plus 1 is niet langer 2, maar vaak 0 of 1 en soms een veel groter getal, vergelijkbaar met de superpositie van golven. Die kunnen elkaar uitdoven, maar ook versterken en de economische activiteit in de new economy met bijvoorbeeld het gratis weggeven heeft ook een dergelijk patroon van nauwelijks individueel, maar wel statistisch significante verschijnselen.
Het ziet er dus naar uit, dat net als in de quantum-mechanica ook in de economie een andere benadering gebruikt moet gaan worden, waarbij zaken als prijs, vraag en aanbod niet in een direct causaal verband staan, maar eerder als golf-verschijnselen gezien moeten worden. Misschien dat de vaak grillige curves uit de economie hiermee beter verklaard kunnen worden. De duidelijke overeenkomst met de fysica is dat er een soort informatie-golf meespeelt, die het golfverschijnsel van een statistische mogelijkheid tot een feitelijk meetbare waarde reduceert op het moment dat bijvoorbeeld iemand iets koopt.
Een van de voorbeelden van een niet direct logisch en causaal economisch gedrag is wat ik het digitale prisoner's dilemma noem. Wanneer twee aanbieders min of meer dezelfde digitale goederen aanbieden, zien we vaak dat ze elkaars "handel" verpesten door het steeds goedkoper en uiteindelijk gratis aan te bieden. Webbrowsers, maar bijvoorbeeld ook de content-libraries als encyclopedieen en digitale foto's werden uiteindelijk gratis aangeboden. Hufterigheid verhuld als marketing, maar in economische termen een singulariteit in de prijs-aanbod verhouding.

Trefkans: individuatie van ervaringen
Een van de uitdagingen, in wezen de kern van de nieuwe economy is niet zozeer het aanbieden van ervaringen, maar het verhogen van de trefkans. In enge Internet-termen, maar het concept is veel breder, van de hitrate per click. Op dit moment 'verspillen' we op dit gebied enorm, want hoe vaak gaan we niet naar een film, naar een concert, kopen we een boek of eten we een gerecht dat niet echt bevalt. We zijn enorm tolerant in dat opzicht, zitten uren braaf in een zaal, luisteren naar leuterkoek, eten rommel en betalen er ook nog braaf voor. In de VS is de consument wat kritischer in dit opzicht dan in Europa, het terugsturen of klagen over een gerecht of produkt gaat hier gepaard met schaamte, misschien ligt het wel aan ons denken we al snel. Maar zelf de volgzame consument reageert, al stemt die vaak met z'n voeten en komt gewoon niet meer terug. In de wereld van web-sites zijn we nog niet zo vertrouwd met de reactiepatronen van consumenten/bezoekers, maar blijkt wel dat bijvoorbeeld de productiviteit van banners op websites snel is afgenomen. E-klanten zijn aan de ene kant erg lui, hun emotionele en tijds-investering in het vertrouwd raken met een website, provider, e-leverancier geven ze niet graag op, maar dat vertaalt zich zeker niet in slaafs doorklikken naar wat hen wordt voorgehouden als banners etc. Wel in een gewenningspatroon, en wie zich in de short-list in het geheugen van de websurfer weet te nestelen, heeft "merkwaarde".
Ook hier liggen kansen voor hen die goed gebruik maken van de neuro-linguistische patronen van e-gebruik, wie zich als Amazon-com inslijpt in het onderbewuste creeert een 'ervaring' die we kennen van sportfans, clubliefde en het erbij horen-gevoel.
Hier liggen de mogelijkheden (en de bais voor de waardering) voor e-commerce of e-amusement en diensten, wie een manier bedenkt om ervaringsprodukten beter af te stemmen op de klant zal snel resultaat zien en dat ook kunnen vertalen naar een toekomstige stroom bezoeken, aankopen clicks, etc.
De "harde" toekomst-waarde die men nu nog veelal instinctief toekent aan de ondernemingen in de internet-sfeer moet hierin gevonden worden. Die "hitrate" en dus de "connection-bonding-verslaving" vertaalt zich in de waarde van 'n e-business, waarbij er een nieuwe vorm van boekhoudkundige of operationele balans ontstaat waarbij alle inkomsten, inclusief de opbrengsten van emissies van aandelen (als deel van de omzet in ervaring en klantenbinder) als omzet gezien worden.
Operationeel verlies telt niet meer, zolang er maar toegevoegde waarde ontstaat, dus alle naar buiten gerichte acties, klantencontact en promotie zijn investeringen, slechts de interne kosten die geen toegevoegde waarde hebben hoeven in de hand gehouden te worden. Het gaat om omzet-interne kosten verhoudingen (binnen meer traditionele randvoorwaarden als liquiditeit) en terwijl velen denken dat grote e-bedrijven snel een bodem moeten kopen in bijvoorbeeld traditionele content of distributie is dat nog maar de vraag. Als "Go virtual"werkelijk opgaat voor de marketing van "ervarings-produkten" dan is die ankering in de oude, fysieke cultuur misschien eerder een remming. Hier zullen we zien in hoeverre AOL wordt afgeremd door Times/Warner, in hoeverre de virtuele hoogvliegers ook als deel van traditionele en infrastructuur-gebonden telco's blijven draaien. In hoeverre veroozaakt "oude" content ook een "drag", is het een erfenis die remmend werkt.

Ervaring-herinnering-neuropatroon
Ervaring is een virtueel, psychologisch proces, waar we eigenlijk niet veel van weten. Neuro-linguistiek, het verband tussen beeld en taal, de manier waarop individuele en collectieve patronen zoals memes (Dawes e.a.) zich vastzetten, links/rechts denken, dit is niet bepaald het gebied van de "harde" wetenschap. De ervaring als actueel, en dan ook nog zwaar gefilterd en verbogen proces wordt vastgezet in lang en kort geheugen, herinneringen op diverse niveau's, gekoppeld aan specifieke triggers; we hebben slechts een flauw vermoeden van de manier waarop bijvoorbeeld de combinatie bannersymbool, kleur, toetsenbord of muisbeweging ons onderbewuste bereikt.
Het omgaan met ervaringen en herinneringen is eerder een kunst dan een kunde. Maar wanneer we kijken naar de ontwikkeling van de economie en de verhoudingen in de wereld, dan zien we dat de meest succesvolle ondernemingen, zoals kerken en politici, er al heel lang en winstgevend zaken mee doen. Ritueel en herhaling, eenheid van vorm en inhoud, kleur, set en setting, de tools van de perennial wisdom spelen vast een rol in de virtuele cyberspace, maar er is geen flauw benul hoe dat werkt, hoogstens zien we intuitief gevonden toevalstreffers.

Hitrate
De verandering die de nieuwe economie hier brengt is dat we de "verkochte" ervaring dynamisch kunnen toesnijden, individueel maken, en dus meer treffend. Hoe meer individuatie (effectief gerichte en als zodanig ervaren customization), hoe meer bewuste en onbewuste verslaving aan de ervaring, bij drugs noemt men dat de sociale verslaving. Niet "content is king", maar "tailored experience" is de magische ingrediënt die producer en consumer verbindt. In wisselende rollen, want de rollen verwisselen nogal gemakkelijk, de consument kan z'n ervaring (of z'n beleving ervan) weer terugverkopen en zo producent of prosumer worden. Wie is bij een chat-service de leverancier, in hoeverre is bij interactieve TV de kijker de acteur? Ben je als deel van een test-panel producent, is email auteursrechtelijk beschermd als dat wordt ge-exploiteeerd.

Content: 90% onder water
Dat "inhoud koning is" horen we ook al jaren, maar wie doet wat met dat inzicht. AOL kocht Warner, Telefonica kocht Endemol, UPC misschien SBS, maar is dat "inhoud" kopen of slechts een inhouds-acquisitie-organisatie. Welke rechten heeft wie op produkties, formats, concepten. We weten nu toch wel genoeg van innovatie en de verhouding tussen grootkapitaal, conglomeraten, beursspiralen etc. om in te zien, dat echte innovatie vrijwel altijd uit de basis komt. En die basis zijn niet de media-academies, bodyshop toko's en html-opleidingen, maar diegenen die "ervaringen" scheppen of de trefkans daarvan kunnen indikken. En die wonen niet alleen in Wassenaar of Laren, maar ook in de Pijp of West of op Texel, content stijgt op uit de onderbuik en rafelranden. Daar zit het talent van morgen, de markt van overmorgen en de oorlog van 20xx, en dat klinkt al weer aardig marxistisch.
Wie echter kijkt naar wat er cultureel aan de gang is, kan niet ontkennen dat juist de leuke, spannende en verrasende content naar boven komt uit de smelkroes van een multiculturele jungle, uit het gevecht om erkenning, uit de frustraties van de enkeling. En cultuur, dat is content, dat is de grote handel van de XXX-e eeuw. Een cultuurplan is dus in wezen een economisch plan, de ontwikkeling van bijvoorbeeld kleinschalige media als voedingsbodem en kweekvijver dient zeer zorgvuldig te worden aangepakt. Met name het wankele evenwicht tussen vrije markt en subsidie op dit gebied vraagt meer dan wat de gebruikelijke vriendjespolitieke clubjes en raden en hun veelal "verbonden" adviseurs hier in huis hebben.

Hier praat ik vanuit jarenlange ervaring als ondernemer, internet-uitbater, als lokaal politicus, en als televisiemaker de "doe"-profeet van de kleinschalige media. Ik geloof in de cruciale rol van micromedia en ben daarin ook actief bezig als, zoals Adriaan Morriën me noemde "praktisch utopist". Juist door de negatieve ervaringen in het politieke spel is me duidelijk geworden dat je slechts door het individu, de buurt, de basis een stem te geven gevoelens van onmacht, frustratie en verzzet van de burger kunt aanpakken. Dat media, oud en nieuw en geholpen door de technologie, daarin een cruciale rol spelen, en voor mij de enig overgebleven weg zijn om de maatschappij te sturen, probeer ik in de praktijk aan te tonen.

Content-creatie, media onafhankelijk en dus toekomstzeker, komt voort uit bewustzijn, zeg maar zelfbewustzijn. Ze vertellen (en dat op allerlei manieren inmasseren) dat zonder Internet zoiets niet mogelijk is, vind ik gevaarlijk en sociaal eigenlijk misdadig, maar economisch gezien ook onverstandig. "Content, dat ben jij" zou het thema moeten zijn van een enorme campagne en in plaats van miljarden steun voor monopolies in wording bewijs ik, dat je met een budget van minder dan 1 miljoen per jaar je eigen televisie-station kunt runnen - maar als tegelijk tientallen miljoenen subsidiegeld naar half-publieke concurrenten gaat (zoals AT5, Migranten TV en TVNH) - is dat moeilijk rendabel te maken.

Niet te haastig; de e-pijn dreigt
Ik pleit voor een 'voorzichtig' beleid, zeker geen doldwaze en ongeremde stimulering van de ICT-sector. Die haast heeft de laatste jaren tot zeer gevaarlijke monopolies geleid, mijn verloren referendum-actie tegen de A2000 verkoop in 1995 bleek achteraf inderdaad een waterscheiding, op Internetgebied is er nu al een formidabel (en door de beurs gewaardeerde) oligopolie of gelinkt monopolie. Een verlammend oligopolie, want welke internet-innovator wil 60 cent per Megabyte betalen voor z'n breedband-aanbod (tarief UPC voor zakelijke aanbieders).
In de ban van de Internet-wolk willen regeringen en zelfs megalomane lokale bestuurders nu vooral de 'concurentie-positie" verbeteren en denken dat meer glasfiber, meer krediet-faciliteiten, zelfs meer parkeerplaatsen, meer opleidingen, mediacentra, consultants en rapporten hen daarbij helpen. Twinning, venture capital, netwerken, grotendeels vloeit de overheidssteun rechtstreeks in de zakken van de "spielmachers".
Met voorbijgaan aan de echte "fundamentals" van de virtuele economie zoals hierboven beschreven investeren ze in de vorm (of illusie), maar zijn blind voor de inhoud. Alsof een goed verhaal zich al tijden niet voegt naar de vorm (en de waan) van de dag, of dat nu op papier, CD, radio, TV, film of Internet is.
Investeren in de toekomst zou investeren in inhoud en creatie moeten zijn, met een werkelijke analyse van sterkte-zwakte, culturele groei- en bloeipatronen, incubatietijd van trends, keuze van meer fundamentele programmeertalen, onderzoek naar multi-sensor communicatie, vertaal- en spraaktechnologie, personality-specifieke communicatie, etc. In ons land, waar cross-culturele communicatie en de diversiteit (talenkennis, cultuur, muziek, kunst, eten) voor mij (misschien met een door de lokale TV-zender Kleurnet verengde blik) zich zo onontkoombaar opdringt als "waarde", zijn de cyber-consultants daar blind voor. In zoiets als het Amsterdams Kunstenplan (een blauwdruk voor 5 jaar kunst) ziet men Internet hoogstens als promotie-medium, maar niet als basis voor ervarings-uitbaten. Zo'n kunsten-sector levert de content, daar zit het maatschappelijk kapitaal, niet in die whizz-kids met html-bewustzijnsvernauwing. Vormgevings-kunstjes, die snel achterhaald raken hebben maar een beperkte houdbaarheid, de diepere inspiratie kun je blijvend 'vermarkten'.

Belasting-maatregelen
De overheid heeft hier natuurlijk een taak, maar die is niet het beschermen van de status-quo. De overheid kan randvoorwaarden scheppen, grenzen stellen, in haar eigen bestedingen bewust sturen, maar we zien een vrij eng stimuleringsbeleid. Internet als wonderolie, als je daar in gelooft kun je zo'n trend lekker stimuleren met belastingmaatregelen. De fouten van PC-Privé, computerprojecten op school etc. zijn nog nauwelijks ge-analyseerd of nu moet Internet naar de massa. Dat de massa niet naar het Internet wil, omdat er zo weinig "echt" aan is, wordt niet gezien.
Als verkalkte politici eenmaal het licht zien, dan zijn ze niet te remmen. Late adopters zijn de echte lemmingen, en in Den Haag zit het er vol mee.
Dus stimuleren maar, tegen de klippen op. Leuk dat Vermeend nu als minister van Sociale Zaken de gevolgen van z'n eigen stimuleringsplannen tegenkomt.

Internet-belasting
Is het niet verstandiger de rem er maar eens op te zetten. Even rustig aan met die Internet-maatschappij met z'n psychologisch schadelijke hype, want het gevoel van achterblijven en vervreemding/alienation leidt tot depressie en dat kost honderden miljarden. Het dempen van de maatschappelijke schokgolf gaat altijd vrij effectief door belasting-maatregelen, dus ik pleit voor een Internet-belasting. Geen nultarief voor e-commerce, maar juist een hoger tarief van b.v. 25%. Want Internet-handel gebruikt wel de infrastructuur van wegen en mensen (overheids-apparaat, rechters, medische voorzieningen, etc.) maar betaalt er niet voor middels lokatie gebonden belastingen, precario, etc. Ook omdat nu al te voorzien valt dat de slechte arbeidsomstandigheden van de schermwerkers in de nabije toekomst tot grote WAO-uitstoot en burn-outs gaat leiden is een extra reserve, te betalen door de e-commerce sector, geen gek idee. Ja, dat klinkt niet goed als actie in de concurrentieslag met de VS, waar Dell etc. juist door het omzeilen van de sales-tax (dat moratorium op e-tax wordt nog uit uitgebreid) tot bloei zijn gekomen.
Maar ziet niemand dan de gevaren van die 1000 miljard dollar extra beurswaarde in de VS, het elkaar aangepraatte vertrouwen in de Internet-bubble. Daar ligt een belangrijke inflatie-oorzaak, het verhogen van de rentevoet is macro-economisch gezien een veel bredere noodmaatregel dan het belasten van cybergoederen.
Dit is een anti-cyclische gedachte, maar is dat zo gek, zitten we nu niet met de vergrijzing als gevolg van de waan van de geboortenbeperking van de jaren zestig. Rustig aan, de consument loopt niet weg, de behoefte aan ervaringen loopt niet weg en het WOL-debakel geeft wel aan dat er ook malafide krachten aan het werk zijn, ook bij de banken, de adviseurs, de accountants en wie betaalt nog z'n eigen lunch? Het opheffen van de tussenhandel/middenstand als dat al onvermijdelijk is, mag toch wel enigermate gematigd worden.
Het is een proces dat vergelijkbaar is, maar veel ingrijpender dan b.v. de mijnsluitingen en misschien wel op een lijn met de industriele revolutie. De informatie-technologie maakt de markt transparant. En een transparante economie en handelswinst staan haaks op elkaar, ik herhaal het nog maar eens. De nieuwe winst moet komen uit de meerwaarde, die direct het gevolg is van die trefkans van de ervaring. Maar voor de gemiddelde winkelier is dat een ramp, als Kok c.s. geloven wat ze roepen, dat dient er nu een deltaplan op dit gebied te komen. Meer dan de kwajongens-studiegroep van Rick vd Ploeg, de excuus-alternativo van het kabinet, maar een groep die voeling heeft met de onderlaag van de techno-golf. Verdachte figuren als Roel Pieper met erg duidelijk eigenbelang bij de hype zouden eerder geweerd dan betrokken moeten worden bij dit soort studies.

Risico's
Er mag ook niet vergeten worden, dat het Internet en de moderne telecommunicatie geen stabiele en veilige basis heeft. We zitten nog in de fase waarin een virus of programmafout (Iloveyou, Y2K) zomaar honderden miljarden schade kan veroorzaken. De voordeur van het Internet staat nog steeds wijd open, morgen kan iemand honderden miljoenen PC's of mobiele telefoons platleggen. Wie een paar honderd volt piekspanning op de TV-kabel loslaat ruineert een heel kabelnet in een oogwenk. Wie toegang krijgt tot de financiele gegevens van creditcard bedrijven kan de hele economie ontwrichten.
Die kwetsbaarheid is vergelijkbaar met die van de nucleaire techniek, in zekere zin onvoorspelbaar maar met enorme risico's. Niet alleen directe ontwrichting van het Internet, van computers, maar ook de menselijke factoren zoals RSI (muisarm), de invloed van straling (mobiele telefonie, beeldbuizen) maar ook de psychologische lange-termijn effecten zijn nog niet bekend. Textualisatie van de organisatie, opgemerkt bij grote IT-bedrijven met een eenzijdige nadruk op tekst-communicatie als beslissingsgrond, is een van de gevaren. Maar wie onderkent de hypnotische technieken die nu al gebruikt worden, Apple bijvoorbeeld heeft al vanaf het begin bewust gewerkt met subliminale beinvloeding door symboolgebruik.

Transformatiewaarde
Ik begin steeds meer in te zien, dat mijn - nu bijna klassieke - indeling van Internet functionaliteit in informatie (WWW, weinig zinvol asl wereldwijde bibliotheek), communicatie (email, IP-telefonie, chat, matig zinvol) en distributie (van content, vervanger of drager van bestaande media) moet worden uitgebreid met de functie TRANSFORMATIE. Maatschappelijke transformatie, net als de auto en de telefoon, maar ook een paradigma-verandering. Zeker de combinatie van mobiele telefonie en Internet kan gezien worden als een fundamentele verschuiving, omdat ons zelfbeeld, ons gevoel van verbondenheid, ons gevoel van veiligheid, de beleving van het avontuur, kortom de emotionele basis verandert. De vision-quest in de wildernis is aan het verdampen, de archetypische held in een onzekere en onbegrepen wereld wordt vervangen door de amechtige miljonair, die zich de Mount Everest laat opdragen, continu in contact met z'n achterban. Dat is een heel belangrijke transformatie, en in mijn visie moet die leiden tot het exploreren van wat dan nog wel onbekend en mysteriues is, namelijk het magische, maar is in economische termen nog niet te duiden. Meer quasi-communicatie, meer Internet heeft in ieder geval niet geleid tot minder oorlog, minder ellende, minder vervreemding.

Door tijd en ruimte
Internet functioneert in zekere zin op de in de quantum-fysica gebruikte golffunctie, die tijd en afstand moeiteloos overbrugt. In de fysica kunnen we met die hypothetische benadering van de quantum-mechanica van alles en nog wat verklaren, alleen heeft nog niemand die golffunctie kunnen aanraken.
Internet overbrugt op een nieuwe wijze de data-afstand (want meer is dat WWW niet) en brengt ze in tijd en toegankelijkheid dichterbij en maakt het mogelijk de volgende stap, namelijk van data (buiten) naar informatie (binnen) nu eens echt aan te pakken.

Onmiddelijke toegang tot alle data maakt het begrijpen en onderzoeken van die link tussen binnen en buiten meer acuut, er is geen ontsnappen meer. We moeten alleen beseffen, dat het excuus altijd al wat hol was, de mystieke ervaring die spreekt uit "Thou art That", "To be or not to be that" en "zo boven, zo beneden" zegt meer over de relatie tussen data en informatie dan de bandbreedte van uw internet-verbinding. God was altijd al een dot.com onderneming met oneindige bandbreedte en instant delivery. De kerk, als de klassieke provider, wist er ook leuk aan te verdienen, nietwaar. Geen Kronan fietsen, maar kronen, geen campus maar klooosters, what's new folks?
De "New Age is dood" schrijven de gelovigen in de nieuwe virtuele werkelijkheid van Internet en de New Economy, maar gaat dat niet voorbij aan zowel de technische basis van een peer-to-peer (hierarchieloos) wereldwijd netwerk als aan de filosofische insteek dat het Internet de grenzen van tijd en ruimte overbrugt en daarmee het ideaal van de new age (en old age) van de eenwording met alles dichterbij brengt. Met tussen die eenwording van "zelf" of ziel met de wereld buiten nog het pseudo-zelf, het ego met z'n complexe structuur. Dat ego speelt de belangrijkste rol, dat is de brug die we beter moeten begrijpen. Het is het ego dat van harde data zachte ervaringen maakt, en als de nieuwe economy dus iets verdient is het de betiteling EGONOMY.

Luc Sala
sala@dealerinfo.nl


Terug naar de NET-Info homepage


© NetInfo