Asociaal
Wordt je van Internetten asociaal? Dit
soort opmerkingen van onderzoekers werden eerder ook bij andere media gehoord. De
telefoon was bedreigend voor sociale contacten en TV- kijken en strips
lezen werden in de jaren zestig ook als geestdodend en isolerend bestempeld. De
eerste videogame was nog maar net uit of geleerde heren spraken dezelfde
banvloek uit. De jeugd zou er maar door verloederen. Onlangs deed professor
John Locke van de universiteit van Cambridge een nieuwe duit in het zakje. Al
eenderde van de Britten kent zijn buren niet meer vanwege langdurig Internetten
en kabel-TV kijken. Per decennium gaat het contact met buurman met een
uur per week achteruit. Het Internetten schijnt dat proces nog eens te
versnellen. Allemaal te lezen in het boek De-voicing of society. Met
angst en beven wacht professor Locke dan ook het tijdperk af dat het hele land
een Internet-aansluiting heeft (zoals premier Blair wil). Volgens de
berekeningen zullen buren in een week dan nog slechts twee tot drie uur met
elkaar praten. Een totale vervreemding en asocialisering van de samenleving
dreigt!
Centraal staat dat behalve zakelijke
contacten ook steeds meer sociale contacten via Internet zullen worden
afgedaan. Een emailtje of fax ter felicitatie sturen i.p.v. zelf op bezoek
gaan. Nu is dat bij een verjaardag nog tot daar aan toe maar bij zaken waarbij
mensen elkaar moeten leren begrijpen is elektronische communicatie volstrekt
onvoldoende. Als wij straks allemaal elektronisch langs elkaar heen werken verdwijnt de
maatschappelijke cohesie.
Eenzelfde doom-gedachte valt te
beluisteren bij professor Norman Nie. Die ziet de wereld van een coherente
samenleving waar iedereen regelmatig met vrienden optrekt verworden tot een
sombere, functionele maatschappij waar alle interactie op afstand plaatsvindt. Buurman
of buurvrouw kan ons straks niet meer schelen. Wel de afstandelijke contacten
met verre Internet-kennissen en vage praatgroepen onder een optimale
privacy waar niemand elkaar persoonlijk kent.
Ook het bedrijfsleven krijgt van Nie
een sneer. Het uitdelen van gratis PC's door grote bedrijven heeft geleid tot meer meer thuiswerken. De werkdruk
loopt navenant op. Al die mooie praatjes over het informatiseren van werknemers
door ze zelf thuis ICT te laten gebruiken waren slechts camouflage om gratis
aan vele extra arbeidsuren te komen. Een verontrustend punt is dat bij het
gebruik van Internet de scheiding tussen werk en vrije tijd gaat wegvallen.
Uiteraard is over dit soort
bevindingen over Internet-gebruik een stroom van kritiek los gebarsten. De
critici voeren aan dat Internet juist leidt tot vele miljoenen `online vriendschappen'. Bovendien is d maatschappij
al langer individualistisch en te veel gericht op productie. Dat is een
belangrijke oorzaak voor de de-socialisering dan dat aardige Internet.
Starter-stimulatie
Een positiever bericht (uit onderzoek
van een aantal KvK's) is dat startende bedrijven met Internet betere
bedrijfsresultaten halen dan die zonder. Een betere orderpositie, een groter
klantenbereik, snellere levering en inkoop van onderdelen. De jonge ondernemer
met Internet blijkt beter georiënteerd te zijn en een positievere kijk op de
toekomst te hebben dan collega'die het zonder Internet doen. Ook de
groeicijfers van starters met Internet zien er een stuk beter uit. Leuk voor
Apple is dat de iMac bij deze groep bedrijven een populaire computer blijkt.
Web & broadcasting
De afgelopen maanden lijken webcasting
en broadcasting via streaming video in een stroomversnelling gekomen. Vrijwel
elk kwartaal verbeteren de technische mogelijkheden en de kwaliteit. Wij
herinneren ons nog de IBC 1998. Daar werden voor het eerst werkende webcasting
(het uitzenden over Internet) en streaming video-technieken getoond. Grote
telecommunicatiebedrijven, kabelboeren en ook wat grotere content-pluggers
waren er als de kippen bij om te verkondigen dat zij spoedig op het Net zouden
zitten. Video on demand, het volgen van allerlei evenementen,
videoconferencing/telefonie, het publiek liet al dit fraais over zich heen
komen en dacht `we zien wel'. Inderdaad, we zien het nu wel degelijk. Modeshows,
grote sportwedstrijden en muziekuitvoeringen worden regelmatig via het Net
uitgezonden. En niet meer in schokkerige postzegel-vensters met krakend
geluid. Met een beetje kabel- of ASDL-modem is al VHS-kwaliteit
mogelijk.
De hamvraag blijft of het Internet het
distributiemedium voor de TV wordt of de kabel het Internet. Dat weet nog
niemand, maar kabelmaatschappijen en Internet-aanbieders proberen
voortdurend te fuseren of hun activiteiten met webcasten en streaming video uit
te breiden. Op dit moment zijn er twee soorten webcasting te onderscheiden. Het
meest tot de verbeelding spreekt het live uitzenden van video of audio over
Internet of een intranet. Zoals bekend behoort dit streaming te gaan om de
grote databestanden als een vloeiende stroom te kunnen bekijken. De tweede
mogelijkheid werkt met pre-recorded video of audio. De bezoeker van de
site roept iets naar een op de beschikbare AV-bibliotheek.
Gebruiksmogelijkheden te over. Beursen,
sportwedstrijden, voorstellingen, kunnen thuis bekeken worden. Nog leuker wordt
het als het publiek zelf de camera's kan bedienen. Welke speler wordt er op het
veld gevolgd? Of welke muzikant of toneelspeelster zoomen we eens lekker in? Het
kan allemaal vanachter de webcasting-monitor. Daarnaast zijn er
interessante software-uitbreidingen zoals interactie met het kijkerspubliek
en het registreren van de kijkersgedragingen of voorkeuren (doet het goed bij
de adverteerders).
De toename van webcasting of Internet-broadcasting
valt te verklaren met het vrijwel gratis aanbod van de benodigde viewer-software
en de huidige Pentium III met modem biedt al afdoende faciliteiten. Rest nog
het aanbod, maar aanbieders schieten als paddestoelen uit de grond, gelokt door
de reclamemogelijkheden bij streaming-videotoepassingen.
Handleidingen voor het zelf uitzenden
op het Web zijn standaard op Internet te vinden.
De Belastingen
Het Internet staat al lang in de
belangstelling van de fiscus. In de eerste instantie vanwege het mogelijk
ontduiken van accijnzen en BTW bij het kopen van CD's en computerhardware in
het buitenland. Globalisering van de handel kan het verlies van fiscale
inkomsten betekenen en daar houdt de belastingdienst niet van. Tegen het
bestellen zelf valt echter weinig te doen en het onderscheppen van pakjes is
lastiger dan het lijkt. Dan ligt het voor de hand om de kopers maar bij de
bron, de online shop, aan te slaan. Iets waar de Web-verkopers uiteraard
mordicus tegen zijn want daar gaan de prijsvoordeeltjes. En wie betaalt de
administratiekosten? Een andere oplossing is het gelijktrekken van de
belastingtarieven in Euro's maar dat zal nog wel even op zich laten wachten.
In de VS gaan vanwege de sterk
stijgende verkopen over het Net al weer stemmen op om The Internet Tax Freedom
Act van 1998 af te schaffen. Een aantal
staten zet postorderbedrijven onder druk om bij de facturering alvast
omzetbelasting te innen. Ook in Nederland zullen de stijgende Internet-omzetten
belasting-disputen gaan uitlokken. Een andere niet ondenkbare
ontwikkeling is het heffen van belasting op het Internet-gebruik zelf.
Tot nu toe sloeg de BTW-heffing
over de telefoonkosten toch een aardig zakcentje over naar de staatskas. Maar
wat als de telefoontikken straks gratis worden? Moeten we dan voor het gebruik
van de informatie zelf gaan betalen? Niet geheel onmogelijk, sinds de laatste escapades van de
kabelboeren die hun tarieven (nu iedereen aan de gemeentelijke kabel geklonken
zit) gaan verhogen. Of je al het gebodene nu wilt of niet, betalen moet.
Aderverkalking
De politiek schetst Internet zo graag
als de informatieve levensader van Nederland. Het aantal Internet-gebruikers
moet dan ook stevig groeien zodat ons land niet achterop raakt. Op zich een
goed uitgangspunt als daar ook de infrastructuur voor klaar ligt. Dat laatste
valt in de praktijk nog zwaar tegen. De levensader heeft duidelijk last van
aderverkalking. Een paar voorbeeldjes:
U.S.