next -index- prev

`Omroep op de PC'

Streaming video en audio op Internet

Op Internet een TV-programma bekijken of radio luisteren is geen probleem meer. Streaming audio en video maken het de consument ook mogelijk om op de PC zelf omroepje te spelen. Dat kan een leuke nevenmarkt worden, zelfs voor eenvoudige PC's met een gewoon modem. De achtergrond van inpakken en uitpakken bij `live' video.

Real-time grote datastromen
Audio en video betekenen enorme data-stromen. Een gewone consumenten DV-camcorder werkt al met datastromen van 3 Megabits per seconde. Op een DVD van 4 GB of meer past net een film van 2 uur in S-VHS kwaliteit. Een uurtje gewone audio op CD vergt circa 640-700 MB. Dat zijn geen hoeveelheden die je op een 28 of 56 Kbps modem kunt verwerken. De gewone Internet-communicatie verloopt via downloaden van webpagina's en bestanden. Het is wachten totdat het hele bestand is ingeladen om er iets mee te kunnen doen. Tekst gaat snel, het ophalen van een driver of programma van 1 MB kost al snel 5 minuten tot een kwartier. Bij simpel video-bestandje van enkele MB's tot GigaBytes kan dat oplopen tot uren. Bij `streaming' audio en video wordt het begrip werkelijke tijd, Real-time (of RT) veel gebezigd. In feite houdt dat in dat video net als bij een TV-uitzending rechtstreeks van het Internet bekeken kan worden. Het modem, de PC en de software sluizen het beeld en geluid direct door naar de monitor en speakers.
RT is onmogelijk als de bestanden eerst helemaal moeten worden ingeladen voordat ze afgespeeld kunnen worden. Zo valt geen TV-uitzending live te bekijken. Om Real-time te kunnen werken zijn in principe snelle Pentium-systemen met speciale software en/of hardware nodig. Met een paar trucjes zijn er gelukkig ook goedkope oplossingen te maken.

Compressie: de oplossing?
Voor een oplossing om de inlaad-tijd van bestanden te bekorten zijn compressie-technieken gebruikt. Het idee achter compressie is dat niet alle informatie uit het bestand nodig is om het later te kunnen construeren. Een simpel voorbeeld: bij een vlak van een paar 100 beeldpuntjes (pixels) die allemaal blauw zijn kan volstaan worden met op te geven hoeveel beeldpuntjes er in het vlak zitten en dat ze allemaal blauw zijn. Dan kan de informatie met een factor 40 of meer inkrimpen. Het comprimeren en decomprimeren gebeurt via een slimme rekensleutel of CODEC. Bekende standaards zijn bijvoorbeeld MP3 voor audio, MPEG-1 en MPEG-2 voor video-CD en DVD, en DV voor digitale video op de camcorder.
Een probleem bij het gebruik op Internet is de rekentijd bij het decomprimeren tot een afspeelbaar bestand. De softwarematige methode, met een CODEC-programmaatje voor het rekenwerk, is het voordeligste. De CPU doet het werk, hoe sneller de Pentium-processor des te vloeiender het decomprimeren verloopt. Bij wat langzamere CPU's kunnen wachttijden optreden die het real-time afspelen be´nvloed. Hardwarematig (aparte CODEC-chips op bijvoorbeeld MPEG-2 kaarten) is de duurste oplossing, maar vaak echter wel de snelste.
Met het steeds sneller en goedkoper worden van de Pentium III-processoren vervalt langzaam maar zeker de noodzaak voor hardwarematige CODEC's. Mits er niet te veel andere programma's draaien is de CPU immers al snel genoeg. Onze tip: wie real-time wil koopt gewoon de snelste P-III die hij kan betalen.

Inpakken, wegwezen en uitpakken
Met een snelle CODEC alleen is men nog niet aan real-time video kijken toe. Eerst volledig inladen van het video- of audiobestand is bij traditioneel Internet-gebruik immers nog steeds nodig. De streaming video-techniek omzeilt dat, met andere woorden het te downloaden videobestand als een continu inleesbare datastroom waaraan de CODEC van de ontvangende PC direct kan beginnen. Het beeld en geluid zijn na ontvangst van de eerste gegevens direct zichtbaar en/of hoorbaar. Dat `streaming' zo goed werkt bij video en audio omdat dat `sequentiŰle datastromen'zijn, bij AV staat de data gewoon in de juiste afspeelvolgorde achter elkaar. De informatie-brokken kunnen continu van voor naar achter gelezen worden. Dat lukt niet bij het binnenhalen van een driver of programma. Zo'n stukje software werkt alleen als het helemaal compleet is! Het versturen van streaming video en audio is in feite een gewoon proces van inpakken (comprimeren), verzenden en weer uitpakken. Het inpakken is het werk van de CODEC, het uitpakken van de CODEC en buffer op de thuis-PC. De geheugen buffer op de harde schijf of in het RAM-geheugen houdt de binnenkomende data tijdelijk even vast om kleine onderbrekingen of storingen in het Internet-verkeer te ondervangen. Er is dus altijd sprake van een geringe vertraging tussen het moment van binnenkomst en het daadwerkelijk zien/horen van beeld en geluid. Dat is beslist niet storend en komt het real-time afspelen ten goede. Uiteraard is de buffer dynamisch. Aan de ene kant lopen de AV-data erin, word even vast gehouden, en lopen er aan de andere kant weer uit naar video- en geluidskaart.

Voor-en nadelen
Het is mogelijk om ontiegelijk grote AV-bestanden (tot complete speelfilms aan toe) zonder wachttijden binnen te halen. Bovendien kan de kijker net als bij een taperecorder door het bestand heen spoelen en alleen bepaalde delen binnen halen. Een grote harde schijf voor het opslaan van de gebufferde audio of video is in principe niet nodig. De harde schijf functioneert eigenlijk alleen maar als tijdelijke buffer, tenzij de gebruiker het in te laden bestand wil opslaan, wat bij de vele live-uitzendingen die er inmiddels zijn overigens niet mogelijk is. Helaas zijn er ook enkele nadelen. Voor hoogwaardige beeld- en en geluidskwaliteit zijn een snel rekende PC, top-CODEC's, een optimale Internet-verbinding en goed modem nodig. Niettemin kan met een 56K modem al een prima resultaat worden gehaald. Een 28 kbps modem haalt nog best MPEG-1, mits de verbinding optimaal is. Een combinatie van het snelste modem en de snelste provider blijft aan te raden. Een ander nadeel zijn de verschillende soorten CODEC's die niet onderling willen samenwerken. Gebruikt een video-server CODEC zus dan valt die vaak niet met CODEC zo te gebruiken. De simpelste oplossing is eenvoudigweg meerdere CODEC's op de eigen PC te installeren. De meeste CODEC's zijn toch gratis van Internet te halen.

Plug-ins
Om een streaming uitzending op de PC te ontvangen is minimaal een Pentium II/III met 32/64 MB geheugen en enige MB's vrije schijfruimte nodig. Voor video is een moderne VGA-kaart met minstens 4 to 8 MB video-RAM en ondersteuning van het desbetreffende video-formaat (MPEG, QuickTime) nodig. Audio vraagt niet meer dan een doorsnee geluidskaart en speakerset. Met een eenvoudig 28K modem kan het lukken maar de voorkeur gaat naar een 56K modem, ISDN of kabel-modem. De Internet-aanbieder blijft een punt van belang. Sommige (kabel) zijn snel maar vaak overbelast. Het kan geen kwaad veel gratis-providers af te lopen op zoek naar eentje die toevallig vrij is. De gebruiker moet verder beschikken over de juiste afspeel-software (de CODEC's), de plug-ins die van het Web zijn te halen. Zoeken naar web-pagina's met video-uitzendingen is niet zo'n probleem. Zoek maar een op `streaming' en er komen allerhande aanbod bovendrijven.
De afspeel-programma's worden opgenomen in de eigen browser-software. De plug-in wordt vanzelf in de juiste communicatie-map op de harde schijf ge´nstalleerd en start automatisch actief als er vanuit Netscape Communicator of Microsoft Explorer om gevraagd wordt. In geval van streaming video detecteert de browser vanzelf de binnenkomende datastroom en start de juiste afspeel-CODEC. De bekende audio/video plug-in zijn RealVideo en de RealPlayer G2 van RealNetworks (www.real.com). Microsoft Explorer gebruikt standaard de Windows MediaPlayer (te vinden op www.microsoft.com/windows/mediaplayer/download). Beiden kunnen zowel streaming video als audio vlekkeloos afspelen over een 56K modemverbinding. Andere belangrijke afspelers zijn QuickTime4 (www.apple.com/quicktime), Flash4 (www.macromedia.com/shockwave) en VDO (op www.clubvdo.net). Voor audio zijn o.a. MP3.com, RealAudio (www.real.com) en Shoutcast (www.shoutcast.com) van belang. Voor het uitzenden van complete multimedia-presentaties wordt SMIL (synchronised multimedia integration language) gebruikt, te vinden op www.w3C.org.

Zenden
Het zelf `live' uitzenden op Internet vergt een wat snellere en stabiele Pentium III-PC, een video/audio capture-kaart, voldoende harddisk-ruimte, een snel modem en een homepage bij een snelle provider. Deze basis-set wordt aangevuld met een CODEC/plug-in voor het aanmaken van het juiste Internet video-of audioformaat. De meeste encoders suggereren zelf al de juiste instellingen en compressie-niveau. Streaming audio aanbieden op Internet kan vrijwel iedereen. Een Sound Blaster Live! is al voldoende voor de digitale geluidsbewerking en opname. Maak eerst de geluidsbestanden in het .wav formaat aan. Op www.real.com/products/tools/ staat het programma RealProducer. Dat zet de .wav-bestanden om in het voor Internet geschikte rpm-formaat. Nu weet de bezoeker echter nog niet welke plug-in voor het afspelen van de aangeboden audio van belang is. Hiervoor dient via een *.rpm of *.ram bestandje te worden aangegeven welke url, bijvoorbeeld RealAudio, van toepassing is. RealProducer knapt dit klusje zelf op.
Ook zelf aanbieden van streaming video (`webcasting') is een stuk eenvoudiger dan het lijkt. Heel wat computeraars koppelen al een web-camera of camcorder aan hun PC. Daarvoor is een capture-kaart nodig die de camerabeelden digitaliseert. De opgenomen beelden kunnen dan via een geschikte CODEC en bijbehorende communicatie-software live en min of meer real-time via de Web-pagina verzonden worden. De kwaliteit van de beelden staat of valt met die van de capture-kaart en CODEC. Een tip is om het simpel te houden en voor een gewone VHS-resolutie in PAL (384 x 288 pixels) te kiezen die door een groot aantal thuisgebruikers gemakkelijk met een 28 Kbps modem kan worden binnengehaald. Verlaging van het aantal beelden tot 15 frames per seconde kan de datastroom flink verkleinen.
Wie veel werk van webcasting wil maken heeft een krachtige P-III met een goede videokaart nodig.

U.S.


© NetInfo