next -index- prev

Oudere werknemer goud waard?

Vroeger dachten werkgevers dat oudere werknemers voornamelijk goud geld kostten. Hogere salarissen, dus zo snel mogelijk door jongere, goedkopere krachten vervangen. Bij de huidige krappe arbeidsmarkt en het gebrek aan ervaren technici of senior-medewerkers kunnen ouderen echter wel eens goud waard blijken. Bovendien is deze groep bij nader inzien helemaal niet zo duur en kan investeren in hun kennis en vaardigheden zich dubbel en dwars terug betalen.

De 65-plusser is een duidelijke niche in de arbeidsmarkt. Er blijkt veel meer kwaliteit en potentiële productiviteit tussen te zitten dan menig werkgever dacht. Ook zijn alle mogelijkheden bij de oudere werknemer vaak nog lang niet ontgonnen. De motivatie tot werken blijkt verder hoger te zijn dan verwacht. Vele `uitgerangeerden' willen graag terug naar de werkvloer. Een aardige meevaller voor de werkgever is dat er boven de 65 geen premies meer betaald hoeven te worden. Dat maakt de 65-plusser een stuk goedkoper.

Productie?
Dat ouderen weinig productief en vaak ziek zijn is een bekend vooroordeel. In de praktijk blijkt dat erg mee te vallen. Oudere werknemers weten hoe ze moeten werken, hebben het in de vingers, kunnen het zelfs op hun tandvlees en maken door hun ervaring minder fouten. Het plichtsbesef is veelal een stuk hoger dan bij hun jongere collega's, dat heeft ook invloed op het ziekteverzuim. Bij oudere werknemers is het verzuim veel minder hoog dan menig werkgever aanneemt. Het ziekteverzuim wordt eerder bepaald door de duurbelasting van het werk dan door de leeftijd. TNO heeft dit in een onderzoek al overtuigend aangetoond.

Pre-pensioen
Vele bedrijven laten zich in de categorie 50+ en tot de pre-pensioenfase kostbare ervaren arbeidskrachten ontglippen. Boven de 50 jaar wordt al geschermd met eerder stoppen met werken, vroegtijdige uittreding (VUT), functioneel leeftijdsontslag (FLO) en het `hoe lang moet je nog?'. Helemaal fout dus. De oudere werknemers raken hierdoor gedemotiveerd en kijken dan inderdaad uit naar hun prepensioen. In deze leeftijdsfase moet nu juist geïnvesteerd worden om arbeidspotentieel en ervaring te behouden. De oudere werknemer die om een cursus of aanvullende opleiding komt vragen wordt vaak met een kluitje in het riet gestuurd. `Niet meer nodig, denk ook eens aan een jongere collega' of `daar ben jij toch te oud voor'. De ouderenbond ANBO roept juist dat 50-plusser heel gemotiveerd zijn voor bijscholing. Het up-to-date brengen van een oudere werknemer maakt hem of haar ineens weer tot een steunpunt binnen het bedrijf. Het bijscholen en betalen van 50-plussers binnen het bedrijf is een lonende zaak voor beide partijen. De kwaliteit en productiviteit van het werk blijven gehandhaafd en de werknemer blijft een financieel draagkrachtige consument. Bij de VUT en FLO doemt het spookbeeld van kortingen op de uitkering op. Men mag volgens afspraak niet of slechts een klein deel bijverdienen. Dat kan remmend werken als het niet loont om weer aan de slag te gaan. Het werken in deeltijd zou hier wettelijk en/of CAO-technisch verruimd dienen te worden.
Bij de groep 65-plus vervallen de sociale premies en hoeft slechts de loonbelasting te worden afgedragen. Een koopje voor de werkgever als daar een volwaardige ervaren arbeidskracht voor komt werken. Vervelend is dat de 65-plusser de ziektekostenverzekering zelf dient te betalen. Dat kan afschrikken maar de werkgever kan uiteraard ook zelf een verzekering voor deze groep werknemers afsluiten. Op de keper beschouwd vallen de nadelen van oudere werknemers weg tegen winst aan arbeidspotentieel, motivatie inzet, ervaring. Ouderen blijken weer wat waard te zijn op de krappe arbeidsmarkt. Zonder gericht werven en investeren in de oudere werknemers komt de werkgever er natuurlijk niet. Nuttige informatie over het in dienst nemen van de oudere werknemers valt te vinden op http://www.leeftijd.nl, http://www.ervaren-jaren.nl en http://www.awn.nl.

U.S.


© NetInfo