In de praktijk gaat het om het inlezen van negatief- en positieffilm in de formaten APS, 35 mm, 6 x 4,5 cm, 6 x 6 cm en 6 x 7 cm. De goedkopere scanners doen alleen APS en kleinbeeld, maar dat is dan ook de aantrekkelijkste markt voor de serieuze hobbyist en vakfotograaf.
Omdat een filmscanner een dynamische CCD (beweegt over het beeldoppervlak) met een drielijns (rood, groen, blauw) aftasting gebruikt, presteert deze scanner aanmerkelijk beter dan de statische beeldchip van de digitale fotocamera die slechts een kleur per pixel waarneemt. Zo kunnen filmscanners - in combinatie met hoogwaardig filmmateriaal - tot sublieme afdrukresultaten komen.
Chemisch is niet dood!
De dagen van de Nikons, Canons, Minolta's, Leica's en Pentaxen zijn nog lang geteld. Fotografen hechten nog altijd waarde aan hun spiegelreflexsystemen. De optische kwaliteit en mogelijkheden worden prijstechnisch door digitale fotocamera's niet geėvenaard. M.a.w een gelijkwaardige professionele digitaal toestel is aanmerkelijk duurder dan een traditionele met chemische filmemulsies werkende camera. Hoewel digitale fotocamera's wereldwijd al rond 50% van de markt uitmaken ligt dit percentage in de meer serieuze sector een stuk lager. Niettemin willen fotografen vaak wel de vruchten van een digitale doka op de PC maar daarbij niet op de kwaliteit van het oorspronkelijke beeldmateriaal inboeten. Dan is de filmscanner voor negatieven en dia's een ideaal compromis. Er wordt al zo'n 80 jaar op film gefotografeerd en van al die foto's worden de negatieven of dia's bewaard. Bij het gebruik van de PC als digitale doka ontstaat de behoefte om zulke beeldarchieven (opnieuw) te ontginnen. Dan komt de tweede toepassing in beeld: het inscannen van filmstroken en die vervolgens wegschrijven naar CD-R, DVD of Photo-CD.
Scanners
Scanners zijn er in vele uitvoeringen en met uiteenlopende specificaties. Dat maakt de keuze van de koper (en verkoper) er niet eenvoudiger op. Wij laten de belangrijkste scanner-eigenschappen kort de revue passeren. Ten eerste: er bestaat nogal wat verwarring over het item beeldpuntjes (pixels). Druktechnisch wordt gesproken over het aantal dots per inch (dpi). Optisch gezien gaat het om het aantal pixels per inch (ppi). Eigenlijk moeten we kijken naar de grootte van het originele filmbeeldje. Bij 35 mm kleinbeeldfilm is een scanresolutie van 2000-3000 ppi vereist om een goede A4 of A3 print te maken in 300 dpi afdrukkwaliteit. Er wordt flink gesjoemeld met de opgaven in ppi. Door bijvoorbeeld twee scan-CCD's te gebruiken pretendeert de fabrikant een twee maal zo hogere resolutie te kunnen behalen. Het aantal puntjes mag dan wel toenemen maar het scheidend vermogen van de CCD-koppen doet dat echter niet. Beter is om een CCD-kop met dubbel zoveel pixels te nemen om fijne details beter te onderscheiden. De mogelijkheden tot foutcorrectie worden bij filmscanners steeds beter. Eenvoudige modellen bieden via de software alleen correctiemogelijkheden voor helderheid, contrast, scherpte en kleurzwemen. Duurdere typen verwijderen ook automatisch stof en krasjes en kunnen zelfs vergeelde beeldjes corrigeren. De kleurdiepte bepaalt de doortekening van de gekleurde en zwarte vlakken. Minimaal 24 bits is aan te raden, liever 36 of 42 bits. Filmscanners kunnen zowel negatieven in filmstrook-houders als ingeraamde dia's uitlezen. Voor gebruik van APS-film zijn speciale houders vereist. Duurdere scanners lezen frames doorgaans sneller in dan goedkopere modellen. Een USB-connector is al goed genoeg voor een doorsnee-scanner, high-end modellen vertrouwen liever op SCSI. Voor rond de fl.1.000,- heeft de hobbyfotograaf al een volwaardige scanner met foto-software, een product dat veel reflex-bezitters die toch ook digitaal willen zal aanspreken. De echte prof kan tussen de fl.2.000,- en fl.5.000,- een model met uitgebreidere mogelijkheden voor automatisch beeldcorrectie aanschaffen.
U.S.