De met veel poeha geïntroduceerde banen-sites blijken minder effectief dan verwacht. Het elektronisch solliciteren valt tegen. De papieren personeelsadvertenties doen het nog altijd beter. Een van de oorzaken is het gemak waarmee de sollicitant een e-formuliertje kan insturen. Normaal moet je daar toch even voor gaan zitten en nadenken over hetgeen in de sollicitatiebrief vermeld dient te worden. Nu is het slechts een kwestie van onder het genot van een drankje even een aantal standaard-vragen op een e-sollicitatieformulier in typen. Dat werkt het solliciteren uit de losse pols in de hand. De doorsnee web-sollicitant blijkt een stuk minder serieus te zijn dan de traditionele brievenschrijver.
Een tweede probleem blijft de te lage respons. Alom werd verwacht dat elektronisch solliciteren veel meer kandidaten zou opleveren dan bij de gewone advertenties in de dag-, week- en vakbladen. Die doen het volgens recente peilingen echter een stuk beter. Ruim 80% van papieren advertenties levert een bruikbare kandidaat op. Een banen-site haalt maar 45%. Daarvoor zijn een aantal oorzaken aan te voeren.
Het stikt van de vacature-sites op het Internet en dat maakt de spoeling dun. De spoeling van potentiële kandidaten was al dun door de algehele krapte op de arbeidsmarkt. Er zijn privacy gevoelige zaken, zoals het achterlaten van een CV op Internet. Wie kan daar misbruik van maken en misschien komt de huidige werkgever er wel achter? Meer dan de helft van de Nederlandse Internet-gebruikers vindt dit bezwaarlijk! Dit terwijl het CV nu net het belangrijkste matchpoint is om de job bij de meest geschikte persoon te krijgen.
Veel minder mensen dan verwacht kijken op de banensites. Het gaat doorgaans slechts om een paar honderd bezoekers per dag terwijl met papieren advertenties vele duizenden mensen bereikt kunnen worden. Vervolgens blijken de toegepaste databases verouderd of niet selectief genoeg bij het matchen van kandidaten en banen. Tal van bedrijven gaan met hun eigen sites al de boer op en geven aan welke vacatures ze hebben. Bedrijfs-sites beconcurreren dus de banen-sites.
Al met al de nodige droefenis bij de exploitanten van Web-vacature-pagina's. Zowel de kwantiteit als kwaliteit van de sollicitanten en de advertentie-inkomsten vallen gewoon tegen. Dat laatste kan overigens wel tot een voordeel worden omgebogen. Banen-advertenties op Internet zijn aanmerkelijk goedkoper dan die in dag-, week- en vakbladen. Dat doet de werkgever eerder beslissen om eens meer te gaan werven. Verder blijken specifieke beroepssites zoals artsen-banken het beter te doen dan de meer algemenere banen-sites.
E-mail nabezorgen?
Alle Internetters gebruiken e-mail. Kost weinig, reuze handig en je bent bijna altijd bereikbaar. Maar wat als de e-geadresseerde van baan of provider verandert en een adres wordt opgeheven? Waar blijft diens nakomende mail dan eigenlijk? Bij Tante Post is een verhuisbericht genoeg om de papieren post door laten te zenden. Bij e-mail werd daar aanvankelijk niet aan gedacht. Zo kan je bijvoorbeeld niet zomaar je e-mail adres meenemen naar een andere provider. Het ontbreken van addres portability beschermt providers weliswaar tegen hoppers maar kan ook hun klanten benadelen. En wat gaat er gebeuren als de ene provider door de andere wordt overgenomen? Waarschijnlijk krijgen de abonnees een nieuwe domeinextensie opgedrongen. De vaste gebruikersnaam/domeinnaam (piet@postbus.nl) valt lastig te verhuizen omdat nu eenmaal de gespecificeerde computer daarvoor de vaste elektronische postbus is. Web-mail lijkt dan een van de betere opties. Met behulp van web-based maildiensten worden virtuele postbussen aangelegd die door de geautoriseerde gebruiker overal ter wereld on-line geleegd kunnen worden. Volgens Microsoft heeft Hotmail nu al 84 miljoen geregistreerde gebruikers. Toch blijft er een probleem met het doorzenden van berichten. Zeker als de gebruiker over meerdere e-mail-adressen beschikt. Het antwoord hierop zijn de e-mail-adressen `voor het leven'. Dit adres blijft voor de buitenwereld gewoon altijd het e-mail-adres van de gebruiker. Deze kan echter later het forwarding-adres gewoon wijzigen. Een alternatief is nog twigger.nl waarmee door het intypen van gebruikersnaam, wachtwoord en provider van elders mails gelezen kunnen worden.
Just-in-time
De glans en glorie van e-learning laten ook nog op zich wachten. Slechts 4% van de bedrijfscursussen word op de computer gevolgd en slechts 5% van de op Internet aangesloten bedrijven maakt er wel eens gebruik van. Al die fraaie voordelen van leren in eigen tempo, op de plaats en tijd die de werknemer het beste uitkomt, het besparen op reis & verblijfskosten etc. blijkt maar weinig werkgevers te overtuigen. Werknemers en vakbonden zetten vragen bij het feit of e-learning niet extra bovenop het gewone werk komt. Bijvoorbeeld in de lunchpauze iets bijleren. Ook blijkt de kwaliteit van de e-learning-cursussen nogal eens tegen te vallen. Wel een lichtpuntje: indien er snel extra kennis nodig is, is e-learning sterk in het voordeel. Een prima methode om bijvoorbeeld de staf wereldwijd in korte tijd bij te spijkeren. De waarde van deze elektronische just-in-time kennis wordt door een groeiend aantal bedrijven wel op waarde geschat.
New Economy, wanneer?
Nu de Internet-hype op de beurs helemaal uit elkaar is gespat is rijst de vraag hoever er voor de muziek is uitgelopen dor web-goeroes en politici die de nieuwe economie verkondigden. Iedereen was bang de `first move', providers, sitebouwers en ontwikkelaars sleepten elkaar mee in een opwaartse spiraal die een gedegen fundament ontbeerde. Vervolgens kwam er rond 1999 een soort van piramidespel met beleggers bij. Voor het gemak werd even vergeten dat je economische wetmatigheden niet zo maar even omgooit. De historie leert dat daar al snel een eeuw of meer voor nodig is. Goed, dankzij ICT gaat het allemaal wellicht een stuk sneller maar een omwenteling in krap twee tot drie jaar is toch teveel gevraagd. Veel Internetters komen dagelijks om in het aanbod van onnodige of niet te verteren kennis c.q data. Geld moet ergens mee verdiend worden. Bij een vast product krijg je te maken met grondstoffen, machines, manuren, fabrieken, distributie en reclamekosten. Dat valt allemaal keurig te berekenen om winst te kunnen maken. Doe dat maar eens na bij het verspreiden van kennis en dienstverlening. Niet voor niets lopen de kosten van de gezondheidszorg onbeheersbaar op. De nieuwe economie moet het vooral hebben van schaalvergroting, lagere kosten en het stijgen van de productiviteit ontleend aan informatie/kennis. Ontwikkelingen zoals telewerken, e-shopping etc. moeten zich nog helemaal waar maken. Tevens brengen wel geslaagde toepassingen zoals business to business in feite weinig nieuws. De grote bedrijven deden dat altijd al, zij het op een andere manier. De New Economy was natuurlijk te vroeg en daardoor schromelijk overschat maar komt er wel onafwendbaar aan. Er zal echter eerst een kritische massa van gebruik en een structurele productiviteitsstijging gehaald moeten worden voordat de onderliggende technologie geld gaat opbrengen.
U.S.