next -index- prev

Management: calamiteiten in en rond het bedrijf

De doorsnee manager of werknemer gaat uit van zekerheden als `rampen treffen ons/ mij niet' en `dat zal hier toch niet gebeuren.' De praktijk wijst anders uit en na de gebeurtenissen van 11 september denken velen wat anders over bepaalde zaken. Als bedrijf moet je hebben nagedacht over de maatregelen die in geval van een calamiteit genomen moeten worden en weten wat de betrokkenen sociaal en emotioneel (kunnen) doormaken. Anders slaan straks bij een ongeval of ramp de ontreddering, chaos en het oost traumatische stress-syndroom toe.

Aannames
Omdat je niet de hele dag kunt lopen nadenken over wat er allemaal fout zou kunnen gaan sluit de menselijk geest een aantal verontrustende, minder waarschijnlijke gebeurtenissen gewoon buiten. Een aantal voorbeelden van veilige (?) aannames en tussen haakjes de realiteit:

Zulke aannames maken ons kwetsbaar als er echts iets gebeurt. Dan zijn adequate maatregelen van management en hulpverleners onmisbaar.

Ontwrichting
De reacties op ernstige ongevallen kunnen het menselijk bestaan en de gemeenschap zeer ernstig ontwrichten. Chaos, angst, verbijstering en onmacht voeren de boventoon. Is de acute fase voorbij dan volgt een proces van bewustwording, verwerking en het langzaam weer oppakken van het normale leven. Leidinggevenden en niet direct bij een calamiteit betrokken personen vatten de emotionele belasting van slachtoffers, nabestaanden en hulpverleners nogal eens te luchtig op met het idee van `dat zijn ze na een paar maanden toch wel weer vergeten'. Helaas, rond de 25% van de getroffen groep heeft na maanden nog last van het herbeleven van de gebeurtenissen, vermijdingsgedrag en emotionele uitputting. Tijdig signaleren en hulp aan deze mensen kan later erger voorkomen.
Wat kun je als manager verwachten aan psychosociale reacties tijdens, na afloop van en in de maanden na een schokkende gebeurtenis? In de eerste fase stort het vertrouwde wereldbeeld van de betrokkenen (slachtoffers, omstanders, hulpverleners) als het ware ineen. Wat gisteren nog ver weg of onmogelijk leek is vandaag bittere realiteit. Een klap die zelfs de sterkste persoonlijkheden aan het wankelen kunnen brengen. Dat veroorzaakt tijdens de calamiteit diverse stressreacties: schrik, ongeloof en verbijstering; een gevoel van intense machteloosheid, apathie; lichamelijk stressreacties als zweten, hartkloppingen, trillen, spierspanningen, waas voor de ogen; hyper-alertheid, adequaat handelen.
Reacties van betrokkenen kunnen sterk uiteenlopen. Er zijn ware helden bekend die plotseling effectief en met gevaar voor eigen leven slachtoffers redden. Anderen verkeren in een shock. Het gros van bij een calamiteit betrokken mensen blijkt echter op instructies van derden te wachten. Hierbij kunnen snel aanwezige EHBO-ers en BHV-ers van onschatbare waarde zijn.
Let verder op de veranderende situatie in de tijd. Op tijdstip 0 staan de bij een calamiteit betrokken mensen er bijna altijd alleen voor. Zij zijn de first responders en dragen zorg voor alarmering, indamming van het gevaar en eerste hulp. Procedures zoals de vijf regels van de EHBO en controle van de vitale kenmerken (bewustzijn, bloedcirculatie, ademhaling), zijn in combinatie met de afspraken over bedrijfshulpverlening en een noodplan van essentieel belang. Bijvoorbeeld het niet alarmeren van de brandweer bij een ongeval met gevaarlijke stoffen, bij een reanimatie vergeten de ambulance te bellen, maken de calamiteit nog groter dan die al is.
Binnen 15, 20 minuten zullen de eerste (meer) deskundige hulpverleners verschijnen. Politie, (bedrijfs)brandweer, EHBO/BHV-ers en ambulance(s). Ook komt er tegenwoordig vaak een Officier van Dienst van politie, ambulance of brandweer die ter plaatse de coŲrdinatie ter hand neemt. Op het moment dat de professionele hulp ter plaatse is veranderen de rollen, de eerste spontane hulpverlening wordt overruled door de professionals. Dat kan heel vervelend zijn voor de first responders die zich dan vaak in de kou gezet voelen.
Vanaf een minuut of twintig tot het moment dat de calamiteit is bezworen is het domein van de professionele hulpverleners. EHBO-ers en BHV-ers hebben hierbij met name een verzorgende en begeleidende taak op de achtergrond.

Afloop en nasleep
Is de calamiteit ten einde dan komt de fase van de afloop. De omvang van het gebeuren wordt nu pas in haar volle emotionele betekenis pijnlijk duidelijk en de schuldvraag komt naar boven. Een fase waarin mensen kwetsbaar zijn en waarin al veel adequate hulp en eerste nazorg geboden kunnen worden. In het algemeen zullen zich verschijnselen voordoen als: verdriet, verslagenheid; lichamelijke verschijnselen in de vorm van trillende handen en benen, hoofd-, maagpijn (overgeven) en spierpijnen/krampen; woede en agressie; het zoeken naar slachtoffers, collega's; maar ook de opluchting dat de hektiek voorbij is.
Een luisterend oor doet al wonderen. Niet vragen of al met panklare oplossingen komen maar de mensen laten vertellen wat ze hebben meegemaakt. Wat willen de betrokkenen en slachtoffers nu en wat valt daarvan redelijkerwijs te realiseren? Accepteer woede en agressie, ga niet mee in schuld-discussies. Dat zoeken de instanties als de politie, arbeidsinspectie en ongevallenraad maar uit. Voorzie in een duidelijke informatie, moffel niet weg wat bekend is en geef gewoon toe wat onbekend is. Niets maakt mensen nog bozer of ongeruster dan de zaak verbloemen of belangrijke informatie die onder de pet wordt gehouden. De getroffenen kunnen doorgaans best begrip opbrengen dat het management het nu ook niet weet, als maar duidelijk wordt dat er aan gewerkt wordt.
In de periode na een ramp blijkt 25% van betrokken personen ernstige naweeŽn te hebben. Die andere 75% heeft uiteraard ook wel last van de gebeurtenissen maar kan met steun en voorlichting over hetgeen er aan verwerkingsreacties te verwachten valt goed uit de voeten.
Bij de nazorg moet de verantwoordelijke begeleider, hulpverlener of manager rekening houden met sociaal-emotionele problemen en, indien het geval, de verandering in sociale status en/of verwerking van verlies van personen.
Het meest bekende fenomeen is de post-traumatische stress. De betrokkene blijft er mee bezig, vertoont vermijdingsgedrag (wil geen auto meer rijden na het ongeval bijvoorbeeld), vertoont hyper-gedrag (waakzaamheid, schrikreacties, angsten), is vermoeid/uitgeput en heeft slaapstoornissen. Daar kunnen woede, schuldgevoel, depressie, prikkelbaarheid, behoefte aan begrip en erkenning, het voortdurend `waarom' vragen, een gevoel van eenzaamheid, en allerlei vage lichamelijke klachten bijkomen. Verschijnselen die door collega's, leidinggevende en hulpverleners gesignaleerd dienen te worden. Tijdige hulp kan PTS en de aanverwante problematiek aanmerkelijk bekorten.
De veranderende sociale status van slachtoffers wordt soms vergeten. Een overledene kan tot een aanzienlijke inkomstenderving leiden, een ongeluk tot invaliditeit en/of het niet meer kunnen uitoefenen van de oude functie. Het verlies van een goede vriend of collega, een evacuatie, een verwoeste werkplek, onbegrip of geen erkenning voor hetgeen men heeft doorgemaakt, aangewezen zijn op hulp van derden, het verlies van vertrouwen in managers (die de ramp hadden moeten voorkomen), zijn allemaal zaken die de eigen sociale structuur overhoop gooien. De verliesverwerking na een fataal ongeval neemt al snel zes maanden tot een jaar in beslag. Daarbij zijn te verwachten: eerst ongeloof en afwijzing; het werkelijk accepteren van het verlies; het ondergaan van het verdriet (dikwijls ook woede); het aanpassen aan de situatie zonder de overledene; opbouwen van nieuwe relaties. Een goede nazorg hoort er bij. Zonder deze maatschappelijke taak vallen de slachtoffers van ongevallen en calamiteiten in een gat waar 25% van de gevallen soms zelf niet meer uitkomt. Zondermeer een taak voor het management die deze natuurlijk deels kan uitbesteden aan de ARBO-dienst, maatschappelijk werk en GGZ. Niettemin blijft de collegiale warmte een factor van groot belang.

Crisisnet, www.crisisnet.nl

U.S.
© Dealer Info