De door psycholoog Albert Ellis ontwikkelde RET gaat er vanuit dat onze manier van denken en fantaseren bepaalt hoe wij ons voelen. Mensen die altijd de zonnige kant van dingen zien, voelen zich een stuk beter dan mensen die overal onheil zien. Een te optimistische kijk op het leven is echter ook niet goed. Dan kunnen zaken soms bitter tegenvallen en het eigen wereldbeeld geweld aandoen. Het zou ideaal zijn als alle manager realistisch en evenwichtig waren.
De theorie achter RET is gebaseerd op de drie peilers van ons doen en denken: het waarnemen, de interpretatie en de evaluatie.
Stel dat een paar werknemers gezellig bij de koffieautomaat staan te leuteren. Manager A kan op grond van deze waarneming denken: 'Hebben ze niets beters te doen, er valt nog veel werk te verzetten'. Manager B denkt: 'Ach, gelukkig, ondanks deze drukke tijden vinden mijn mensen toch nog even tijd voor ontspanning'. Een totaal verschillende manier van interpreteren.
Bij de evaluatie gaat het nog een stap verder: er wordt een waardeoordeel aan de interpretatie van de waarneming gekoppeld. Uit de gevolgtrekkingen van manager A kunnen wel eens conclusies als 'luilakken' en 'de anderen het werk laten doen' voortvloeien, terwijl manager B evalueert dat de werknemers het werk goed indelen zodat er op gezette tijden ontspannen kan worden.
Krom redeneren
De negatieve evaluatie van manager A wekt ergernis en wellicht ook boosheid op. Dat veroorzaakt gespannenheid. En de neiging bestaat ook andere voorvallen eerder negatief te beoordelen. Wee de werknemer die een kwartier op het toilet zat ('Een normaal mens kan dat toch ook in 5 minuten'). Manager B heeft deze negatieve gevoelens niet en houdt meer energie over voor productieve zaken. Hoe groter de neiging gebeurtenissen steeds negatief te beoordelen, des te groter de kans op stress, negatieve gevoelens en psychische problemen.
Voordat achter elke gebeurtenis iets negatiefs wordt gezocht is het verstandig om eerst twee vragen te stellen:
1. Wat is er objectief gezien nou eigenlijk aan de hand? Dan blijkt vaak dat de fantasie en vooroordelen met de waarneming, interpretatie en evaluatie aan de haal zijn gegaan;
2. Wat levert het op als alle aandacht en energie aan het attaqueren van deze zaken wordt besteed? In de praktijk vaak bitter weinig.
Krom redeneren kent twee valkuilen. Ten eerste het te sterk projecteren van de eigen normen en waarden op de ander. 'Ik doe het goed en zij slecht', 'Zij lopen de kantjes af terwijl ik mij te pletter werk'. Het is altijd maar de vraag of de eigen opvattingen ook stroken met feitelijkheden. De dingen altijd naar eigen hand proberen te zetten is een heilloze weg. Ook de opvattingen en meningen van anderen bevatten vaak goede bedoelingen.
De tweede valkuil is de zogenaamde over-generalisatie. Aan een enkele gebeurtenis wordt een bepaalde waarde toegekend die vervolgens algemeen van toepassing verklaard wordt op een persoon, bevolkingsgroep of land. Dan regent het al snel gemeenplaatsen als 'te lui om te werken', 'criminelen', 'zeurpieten', 'tegenwerkers' en 'klungels'. Maar iedereen maakt fouten en heeft wel eens zin het rustiger aan te doen. En dat ene persoonlijke telefoontje, was dat nu stelen van de baas?
Kortom zie de zaken in het juiste perspectief. Kromme redeneringen leveren zelden wat anders op dan stress en onvrede. Productief is het zeker niet. Vermijdt daarom interpretaties en evaluaties die te absoluut, overdreven en onrealistisch zijn.
Gevaren voor schijnproblemen
De RET geeft een aantal oorzaken voor schijnproblemen. De belangrijkste is het ongezond perfectionisme. Foutloos werken en het leveren van kwaliteit worden in onze maatschappij hoog gewaardeerd en vaak ook overgewaardeerd. Aan de perfectie van een geleverd product of dienstverlening kleven echter grenzen van haalbaarheid en kosten & baten. Een kwaliteitswet zegt dat er bij elk product een break even point is waarbij een verdubbeling van de kosten of inspanning steeds minder verbetering oplevert. Een auto van 25.000 euro rijdt eigenlijk niet veel slechter dan een van 50.000 euro. Bij het ongezond perfectionisme mag er niets fout gaan en het nergens aan ontbreken. De maat wordt ingegeven door de gedachte dat imperfectie of elk klein foutje een teken van zwakte is. Het omgekeerde is echter waar: een goede perfectionist laat zich niet sturen door minieme foutenmarges maar streeft het best realiseerbare product of dienstverlening na. Wie over de kritische grens heen gaat riskeert faalangst en extreme stress. Daarbij komt nog dat men altijd van de eigen fouten kan leren.
Het tweede is het doemdenken. De ware fantast ziet voortdurend vreselijk onheil op zich afkomen. De ene ramp is nog niet geschied of de volgende glooit alweer aan de horizon. Doemdenkers zien daarbij over het hoofd dat de meeste rampen door henzelf verkeerd ingeschat of bedacht zijn. Op de keper beschouwd valt het allemaal best mee en behoren tal van dergelijke 'rampjes' gewoon tot de dingen van de dag. Printers gaan nu eenmaal kapot, de accu van het mobieltje zal eens op een ongelegen moment de geest geven en ook ontevreden klanten horen er gewoon bij.
Een lage frustratietolerantie is het derde gevaar. Door de dingen van te voren al als te zwaar en te moeilijk te classificeren maakt men het zichzelf erg lastig. Vaak komen daar ook nog de emoties bij in de vorm van overdrijving, het verzinnen van een enorme werklast en het 'Dat heb ik weer'. De zaken in hun reële proporties leren zien kan hierbij verhelderend zijn en de druk van de ketel halen.
Een vierde geval is dat iemand die altijd en overal geliefd wil zijn, die aandacht wil en zelf probeert tot elke prijs de goede vrede te bewaren. Dat gaat dus vaak mis. Het eerste onvertogen woord, die ene collega die niet geïnteresseerd is en het aannemen van opdrachten die boven het eigen kunnen gaan om de chef niet kwaad te maken leiden van kwaad tot erger. De werknemer stoot zijn neus, voelt zich afgewezen, schiet in de stress of wordt ziek. Zij moeten nog leren omgaan met het feit dat de wereld niet alleen uit liefde en respect bestaat.
Tot slot het gevaar van irrationele eisen, normen en waarden. Omdat het eigen zogenaamd betere wereldbeeld op de boze omgeving (collega's, klanten, ICT, huisvesting, kantinevoedsel, enz.) wordt geprojecteerd is het nooit goed en deugt niets. Dat geeft teleurstelling, frustratie, wraakgevoelens en verlies van vertrouwen. Geleerd moet worden dat de eigen wensen geen eisen mogen worden en het vaak niet allemaal zoals gepland gaat.
RET-EHBO
Wat te doen bij confrontatie met deze gevaren? In de eerste plaats gewoon met gezond verstand analyseren wie nu eigenlijk wie gek maakt. Begin bij het begin van het voorval. Is er echt iets aan de hand of gaat het om een gedachtespinsel ? Als duidelijk is welke gebeurtenis ongenoegen heeft opgewekt moet worden gekeken naar de ideeën en gedachten die aan de gebeurtenis ten grondslag lagen. Vraag 2: Wat maken die gedachten duidelijk? Het is niet altijd makkelijk maar wel belangrijk om uit te zoeken welke gevoelens die spinsels hebben opgewekt. Alles eerlijk en helder opschrijven kan prima helpen. Dan komt vraag: waar moet ik me nu eigenlijk druk over maken zodat het productief iets oplevert? Nu volgen tot slot nog drie stappen:
U.S.