next -index- prev

RSI: de muis centraal

RSI ofwel het het klachtenpatroon veroorzaakt door herhaalde overbelasting van bepaalde lichaamsdelen, wordt in de computerwereld ook wel aangeduid als Muisarm. De muis is wel een revolutionaire doorbraak geweest, samen met de grafische user-interface was het begin van het einde van wat de kenners wel de c:/ prompt noemden, de alfanumerieke wereld van de grote computer en de dagen van het mainframe.

In het kader van RSI en muisgebruik gaan we hier verder in muizen en soortgelijke controls. Daar is een enorm en niet altijd overzichtelijk aanbod in en het is heel moeilijk om in algemene termen aan te geven welk type nu voor welke probleem het beste is. Dat hangt af van het soort werk, de bestaande situatie en meubelen, de manier van werken van het individu, de soort klachten of te verwachten klachten, het beschikbare budget en het is ook nog een kwestie van smaak.
Dat er van alles mis kan gaan, wanneer je een muis gebruikt of op andere manieren bepaalde lichaamsdelen herhaald (te) zwaar belast, is wel duidelijk, maar wat zijn nu indicaties dat zoiets uit de hand gaat lopen. De kans daarop is duidelijk aanwezig, want onze 'normale' manier van werken achter een beeldscherm is inspannend. Een beeldschermwerker maakt gemiddeld per dag 10.000 - 15.000 muiskliks en daarbij wordt circa 500 meter met de muis afgelegd. Die belasting is héél eenzijdig en bovendien ook nog met de dominante hand.
Vrijwel altijd is sprake van een zware en dus vaak te zware belasting en dat blijkt uit de te hoge spierspanning. Een van de manieren om RSI-risico's te signaleren is dus het meten van de spierspanning. Daarvoor zijn apparaatjes beschikbaar, die echter meer in de sfeer van professionele RSI- en werkplekanalyse passen. Wel heeft het gebruik van spierspanningsmetingen ertoe geleid, dat meer inzicht is ontstaan in de oorzaken van RSI en manieren om dat te voorkomen. Bepaalde houdingen en verhoudingen, met name de polshoek en de manier waarop de hand ten opzichte van het werkvlak wordt gehouden, blijken niet optimaal. Dat valt soms eenvoudig te verhelpen, met een andere muis of door op een andere manier te werken, de pols anders te houden of wat hoger te brengen. Door voorlichting, training en deskundig advies ter plekke is daar al veel aan te doen.
Veel van de oplossingen, of misschien moeten we dan praten over zogenaamde oplossingen, gaan uit van fixatie van de bedreigde of al aangetaste lichaamsdelen. Als je pols pijn doet, zwachtel hem dan maar in of fixeer de polsbeweging. Dat lijkt een goede aanpak en heeft ook wel effect, maar is ook gevaarlijk. Doordat één gewricht als het ware buiten bedrijf wordt gesteld, wordt er meer gevraagd van andere gewrichten en kan daar weer overbelasting optreden. Fixatie, en daar zijn vele vormen van, van polsbandjes tot muissteunen, elleboogpad en schouderzwachtels, is dus niet zonder meer een oplossing.
Maar aan de andere kant, in de preventieve fase is het soms wel handig om een overbelast gewricht wat te beperken en bijvoorbeeld de SmartGlove doet dat op een zachte manier, de pols wordt wat ontzien en je gaat de vingers wat natuurlijker gebruiken en er is door een soort balletje onder de muis van de hand ook wat steun en de hand ligt wat hoger. Dat is een vorm van fixatie die door veel beeldschermwerkers wordt gewaardeerd, ook als ze nog geen klachten hebben. Hetzelfde kan gelden voor elleboogsteunen, in de preventiefase kunnen ze nuttig zijn, maar bij terugkomende klachten moet je oppassen met langdurig fixeren.

De optimale stand
Er is heel veel discussie binnen de RSI-wereld over de optimale stand van pols en hand en dat weer in relatie met de ruggegraat, de schouder en de hele werkhouding. Muscoloskeletal discomfort, zo noemt men RSI in de beginfase ook wel, kan op verschillende manieren worden aangepakt. De juiste houding oefenen, de stoel anders instellen, bureauhoogte aanpassen, speciale toetsenborden, speciale kussen in de stoel, steuntjes voor de pols, muizen die verticaal staan of de hand iets hoger brengen, er zijn reeksen opties. Dat gaat soms vrij ver, in Scandinavië ziet men geregeld staand werken als een goede aanpak, maar ongetwijfeld experimenteert er ook wel een of andere professor met zwevend werken of geregeld op je kop gaan staan. Soms krijg je het idee, dat die zogenaamd optimale stand van de gewrichten toevallig erg goed overeenkomt met wat men als vorm voor die muis of dat toetsenbord koos.

De muis, oplossing én boosdoener
In het algemeen geldt, dat een muis op zich geen ergonomisch optimaal instrument is, het gebruikt het polsgewricht voor heel fijne bewegingen en de vingers, die daar eigenlijk het beste voor geschikt zijn, alleen maar voor het indrukken van knoppen. Voor het bewegen van de muis is ook wat kracht nodig en daar is weer veel variatie in, er zijn mechanische muizen, optische muizen en als je een draadloze muis hebt, scheelt dat ook weer iets en ben je dat irritante wegkruipen achter je bureau van het staartje kwijt. Wieltjes, scroll-hulpen, maar ook trackballs gaan weer iets anders met de cursor-aansturing om, we bespreken hieronder de vele vormen die er zijn. In de praktijk is experimenteren met wat verschillende muizen etc. aan te raden, ook afwisselen tussen muissoorten is geen gek idee.
In het algemeen gaat het wel om het vinden van de meest neutrale stand, waarbij de spierspanning dus minimaal is en dat is ook de meest natuurlijke houding. Een verticale muis, zoals die door prof. Arne Aarås is ontwikkeld, de Anirmuis, heeft bepaalde voordelen. De houding van de hand rond de verticale kolom doet denken aan het geven van een hand en de arm/pols wordt minder verdraaid dan bij de traditionele vlakke muis met de palm van de hand omlaag. Onderarm-rotatie is een van de grootste boosdoeners, maar je moet ook zorgen dat de muis niet te ver weg is, buiten je kracht werken geeft snel problemen.
Er blijven individuele verschillen, daarom zijn er ook nog zoveel muismodellen op de markt en zijn er de verschillen in een- twee- en drieknopsmuizen en maakt het ook nog uit welk werk je ermee doet. Voor computer graphics is misschien een tablet of penmouse geschikter, wie administratief bezig is zal misschien veel makkelijker werken en bewegingen uitsparen door de functietoetsen te gebruiken, ook daar zijn weer hulpmiddelen voor.
Bij het kiezen van een muis zijn er allerlei overwegingen, maar van belang zijn:

Speciale functies, games en multimedia
Naast de normale muizen, die er dus al in tientallen uitvoeringen zijn zien we steeds meer speciale muizen. Voor speciale gevallen, zoals gehandicapten of mensen met een ernstig RSI-probleem, die bijvoorbeeld een voetmuis kunnen gebruiken, maar er zijn veel aanpassingen en oplossingen voor speciale soorten werk. Ook voor multimedia gebruik, waarbij bijvoorbeeld bij audio- en video-bewerkingen bepaalde bewerkingen speciale toetsen of de zogenaamde jog- en shuttle-functie vereisen, zijn er speciale vormen van besturingstools ontwikkeld. Die ontwikkeling staat zeker nog niet stil, voor veel beroepen zien we aangepaste tools op de markt komen.

Afwisselen
Een handig en niet te duur advies is om verschillende muizen te gebruiken. Dat kan door een Y-mouse adapter te gebruiken en altijd twee muizen paraat te hebben, maar gewoon eens afwisselen met verschillende muismodellen is ook al een goede stap. Het is net als met schoenen, niet iedere dag dezelfde gebruiken.

Muizen: ruime keuze
Er zijn veel muizen en muisvervangers verkrijgbaar. We beschrijven hier een aantal uit medisch en ergonomisch onderzoek voortgekomen muizen en invoermiddelen. Sommige als therapeutische probleemoplosser, andere ter preventie of ter afwisseling.


Er zijn nog een groot aantal andere modellen trackballs en speciale muizen, op gespecialiseerde websites vindt u daar meer over.
© Dealer Info