Wat is Web 2.0

Nieuwe hype of echt de volgende generatie webapplicaties?

Iedereen kent de verhalen rond de eerste internet-bubble, die zo in het najaar 2001 uiteen is gespat. Voor Nederlanders nog steeds verbonden aan WorldOnline, maar in de VS en elders waren er toen honderden bedrijven die de grote beloftes van het internet niet konden inlossen. Ondertussen zijn we 5 jaar verder en er wordt gesproken over een nieuwe internet-golf. Breedband internet, mobiel internet, WiFi, P2P diensten, er is technisch en qua infrastructuur veel gebeurd en ondertussen is vrijwel iedereen gewend aan internet applicaties en diensten. De “grote” namen als Yahoo, eBay en Amazon zijn ondertussen miljardenbedrijven geworden, maar hoe staat het met nieuwe plannen, innovatie, start-ups, kortom de nieuwe internet-bubble. De vernieuwende webtechnieken die de laatste jaren hun weg vinden naar de media, de gebruiker en de beurs zijn in veel gevallen fascinerend, maar met het debacle van de eerste generatie nog in het geheugen is er de vrees, dat ook dit “overhyped” is. Men is druk bezig met nieuwe technieken voor het web en daarvoor wordt wel de kreet web 2.0 gebruikt. Maar wat houdt web 2.0 nou eigenlijk precies in? Is het nou gewoon weer een leuk marketing woordje of is het echt een nieuwe generatie van webtechnieken? Gaat het alleen om gebruiksvriendelijkheid of is de aanduiding web 2.0 alleen gepast voor vernieuwingen die fundamenteler zijn.

Het idee voor web 2.0 is eigenlijk een mediahype, een label dat geplakt werd op de ‘nieuwe” webtechnieken. Als je hip wilt zijn, dan noem je jezelf web 2.0, met het gevaar dat de omgeving dat ziet als een signaal dat je eigenlijk hete lucht bakt, het risico loopt onderuit te gaan en je alleen maar bedient van een marketing buzzword. Aan de andere kant is het een serieuze poging om de innovatie op dit gebied in te delen.

Web 2.0 begon met de opzet van een conferentie van (Tim) O’Reilly en MediaLive International. Ze wilden duidelijk maken wat nu echt nieuw was, en wat niet meer dan een doorgroei van een web 1.0 toepassing is. Samen hebben zij een lijst opgezet van web 1.0 applicaties en web 2.0 programma/applicaties. Maar wat maakt een programma/applicatie nou web 1.0 of 2.0? Veel bedrijven gebruiken het als een marketing term en prijzen zichzelf aan als web 2.0 maar blijken niet te weten dat sommige van de programma/applicaties helemaal geen web 2.0 applicaties zijn.

Er is ook geen heel duidelijke definitie of een harde grens, maar aan de hand van lijstjes en vergelijkingen wordt wel duidelijk wat web 2.0 is.

Een voorbeeld van wat nou onder web 1.0 valt is de online gebrachte encyclopedie Britannica Online, tegenhanger ervan voor web 2.0 is Wikipedia, een webencyclopedie die door de gebruikers zelf veranderd en aangepast kan worden.

Een ander voorbeeld vormt het onderscheid tussen Netscape en Google. Netscape (web 1.0) begon als een webbrowser en was echt een applicatie die men moest installeren. Later lanceerde Netscape ook services waarmee men alleen door middel van betaling gebruik van kon maken. Google (web 2.0) daarentegen is een zoekmachine die niet geïnstalleerd hoeft te worden, geen updates nodig heeft en waar geen abonnement voor vereist is om gebruik te maken van de service.

Ook BitTorrent is een goed voorbeeld van web 2.0 inhoud. BitTorrent zorgt voor content verspreiding door de gebruiker bestanden in plakken aan te bieden en door te sturen aan andere gebruikers. En sinds elke gebruiker zijn eigen sources heeft (film, muziek etc.) betekent dat als hoe meer mensen gebruik maken van de service, hoe beter de service loopt (zo kan men sneller en meer diverse bestanden verspreiden als veel mensen deze aanbieden). De rol van consument, provider en producent loopt door elkaar, zo heeft elke gebruiker in principe weer een extra server erbij. In het tijdperk van web 1.0 werden voor dit soort services speciale servers opgezet om alle content vanuit één punt te verspreiden maar nu verschaft iedereen met dit soort peer-to-peer uitwisseling zijn eigen content. Dus is het meer een “levende” bibliotheek die alsmaar blijft groeien zolang het aantal gebruikers ook groeit (al gaat het in de praktijk meer om content waarvan men de rechten NIET heeft). Daarmee wordt een belangrijk web 2.0 principe duidelijk: de service wordt automatisch beter naarmate meer mensen er gebruik van maken.

Bij veel web 1.0 diensten is dat niet het geval, bijvoorbeeld zoekmachines worden steeds minder nuttig, omdat er teveel links gevonden worden en veel daarvan niet relevant zijn. De “return per click” neemt af, probeer maar eens op je eigen naam te zoeken of je eigen website te googelen.

Ook het eerder genoemde Wikipedia maakt gebruik van een uitzonderlijke functie: elke webgebruiker mag de content van deze online encyclopedie aanpassen of aanvullen. Hierbij zou je denken dat er een volledig onbetrouwbare site zou ontstaan. Naast dat er een boel vertrouwen in de gebruiker wordt gesteld, is er ook veel ruimte voor snelle veranderingen. Daarmee is er een dynamische online encyclopedie die heel snel met veel nieuwe visies op diverse onderwerpen kan komen. Maar zoiets kan alleen maar goed gaan als er mensen zijn die het steunen, bijwerken, als er een “community” of zelfs een hechte gemeenschap is die we als een stam, een “tribe” kunnen zien, met een eigen cultuur en etiquette. En dat is weer een echt web 2.0 kenmerk, het vernetten van contacten. Hierarchie is out, samen doen, op gelijk (peer) niveau samenwerken, full duplex, synchrone communicatie, tweeweg, interactie, daar gaat het om bij web 2.0.

Ook adverteren, typisch eenrichtingverkeer is iets wat passé is voor de echte web 2.0 bedrijven. Je betaalt wel voor diensten, maar dat kan op vele manieren en advertenties accepteren is daar maar één van. Het breder vermarkten van advertenties, zoals Doubleclick doet met “ad serving” was wel een van de eerste webdiensten die aansloegen.

Dat idee van samenwerking kan nog verder gaan dan advertenties plaatsen op meer plaatsen gemakkelijker te maken, je kunt ook afstappen van dat eenrichtingsverkeer. Het is beter om een goed product (bijvoorbeeld je nieuwe website) op de markt te zetten en niet te adverteren en juist de bezoekers, de community van gebruikers de boodschap te laten verspreiden dan dat het bedrijf dat zelf doet. Meer dan mond-op-mond reclame, zogenaamde viral marketing, de klant is gebruiker is partner is evangelist, en kan daar ook van profiteren, de opkomst van klik-advertentie constructies waarin de websitehouder meeprofiteert is zo’n voorbeeld.

Collectieve intelligentie

Kortom, de grootste verandering die web 2.0 met zich mee brengt is dat de gebruiker zelf eraan deel neemt om veranderingen en verbeteringen toe te passen op het web. Samen problemen aanpakken, zoals spam-filtering. Collaborative spam filtering met b.v. Cloudmark brengt het oordeel van heel veel gebruikers over spam samen, zodat er effectiever gefilterd kan worden. Dit noemt men wel collective, net-enabled intelligence. Het blijkt dat de succesvolle bedrijven die na web 1.0 ook in web 2.0 opzicht goed scoren, zijn doorgegaan in die richting. Amazon.com levert dezelfde producten als vele anderen, maar gebruikte de input van de klant veel effectiever, maakte die collectieve intelligentie en feedback deel van de formule via user-reviews, participatie opties, database links, gebruikmaken van wat hele kleine uitgevers of boekhandels beter kunnen, Amazon.com doet erg veel community in haar aanpak. “User-engagement” ofwel de gebruiker deel maken van het product is wat telt. Ook eBay kan alleen maar bestaan door de participatie van velen, aan zowel de aanbod als koperskant, en bereikte voor veel deelmarkten een kritische massa die bijna op een monopolie gaat lijken.

In de grote en onoverzichtelijke massa van sites en gegevens je weg vinden, dat blijft de uitdaging. Daar zitten ook de doorbraken, daar moet “anders” gedacht worden, daar zitten kansen voor wie nieuwe diensten weet te bedenken.

Websites als Flickr maken gebruik van “folksonomy” om websites anders te karakteriseren. Hierbij worden er, bijvoorbeeld aan een foto, woorden toegevoegd voor gebruik als zoekterm. Door aan een foto van een puppy de woorden “hond” maar ook “schattig” toe te voegen kan men foto’s op diverse manieren vinden. Dit wordt ook wel “tagging” genoemd.

Het netwerk geeft de waarde

O’Reilly stelde “the value of the software is proportional to the scale and dynamism of the data it helps to manage.” En dat komt neer op het aloude network-idee, dat 1+1 meer dan 2 kan zijn. Meer samenwerking, meer bestanden, meer delen. Samen ben je meer mans en dat is een kenmerk van web 2.0. En het netwerk bestaat uit links en hyperlinks, verwijzingen en nieuwe content wordt direct aangesloten en ingebed in links naar relevante sites. Je kunt het een beetje vergelijken met hoe de hersenen en zenuwen werken, nieuwe ervaringen en inzichten worden steeds gekoppeld aan bestaande, zo leren en ontwikkelen we.

Het web als een platform

In ocktober 2004 was de eerste web 2.0 conferentie en werden de uitgangspunten aangegeven. Web 2.0 is een set uitgangspunten en methodes die het wereldwijde internet gebruiken als één platform, één machine, een soort zonnestelsel van sites en servers. Het gaat dus niet om de “webtop” met allerlei functies, banners en applets waarmee bijvoorbeeld Netscape de gebruiker trachtte te binden (web 1.0) maar om wat verderop beschikbaar is aan rekenkracht, opslag, diensten en informatie. Google doet dat meer in de 2.0 opzet, maar dat vereist wel een enorme database en daar loopt het nog stuk, zeker nu men steeds meer diensten onder de Google paraplu gaat aanbieden.

Tim O’Reilly stelt: “Network effects from user contributions are the key to market dominance in the Web 2.0 era.” Als de klant alleen afnemer is en niet wordt betrokken bij wat ie koopt of afneemt (en indirect voor betaalt via b.v. reclame) dan gaat dat web 2.0 vliegwiel niet draaien.

Een andere les van Web 2.0 is: “leverage customer-self service and algorithmic data management to reach out to the entire web, to the edges and not just the center, to the long tail and not just the head.” Dus je niet beperken tot een kleine klanten- of gebruikersgroep, maar iets vinden waardoor de dienst een eigen leven gaat leiden, liefst automatisch en op eigen kracht. Een veiligsite zoals eBay werkt automatisch, de taak van het bedrijf is om de structuur te bieden en misstanden aan te pakken, maar het zijn de kopers en verkopers die eBay vormen.

Not surprisingly, other web 2.0 success stories demonstrate this same behavior. eBay enables occasional transactions of only a few dollars between single individuals, acting as an automated intermediary.

 

Home

Dieptedossiers

Dealer Info TV

Dealer Info

Agenda

ICT webnieuws

Partnerdagen

Luc Sala's columns

Contact

Bedrijvengids

Archief

 

Vacatures

 
website development: GF&FA
Dealer Info • home
Vakblad voor ICT & CE retailers

Luc Sala's Blog
Shuttle Computers Handels GmbH
Wave Computers Nederland
ScanSource
G DATA Software AG
Dealer Info
Asus
Primacom