DI Diepte Dossier Mobiel   

Mobiel: apparatuur die je kunt meenemen en mobiel gebruiken, dus met eigen stroom (batterij) en connecties (draadloze verbindingen). Hieronder vallen draagbare vormen van de computer (laptop, notebook, ultramobiel (UMPC), de brede reeks kleine meenemers met agenda en productiviteitsfunctie, tegenwoordig ook met draadloze verbindingen naar WiFi of GSM, de meenemers die gebruikt kunnen worden voor gaming, muziek (mp3), fotografie, video (personal media players), de navigatie-apparatuur (PND’s), maar in feite is ook een horloge een mobiel apparaat. Voorts zijn er reeksen andere devices, met medische toepassingen, voor bewaking (enkelband), in de sfeer van identificatie (RFID), recreatie of als fashion-statement. Ook is er de mobiele telefonie voor de korte afstand (DECT) en zijn er lokale en persoonlijke netwerken die binne het kader van mobiliteit vallen (PAN’s). 

Mobiele telefoon 

Smartphone 

PDA 

Navigator 

Converged Devices: markt 

Zie hiervoor het Diepte dossier navigatie

Mobiele telefoon 

Een mobiele telefoon (kortweg: mobiel(tje) in Noord-Nederland, of gsm in Zuid-Nederland en Vlaanderen, mobi in Duitsland, cellphone in de VS en cellulair in Suriname) is een apparaat waarmee men draadloos kan telefoneren met behulp van een netwerk van antennes. Mobiele telefoons maken gebruik van radiogolven en van telefooncentrales om binnen een bepaalde regio communicatie tussen de gebruikers mogelijk te maken. De eerste generaties maakten gebruik van analoge modulatie, latere van digitale communicatie (GSM) en de nieuwste technieken, zogenaamd 3G van UMTS en HSDPA. Nog sneller gaat via het nog experimentele LTE, waarbij tot 137 Mbps kan worden bereikt. 

Mobiele communicatie kan zowel op een openbaar als een privé-netwerk. Een voorbeeld van een privé- (ofwel gesloten) netwerk is het C2000-netwerk voor de politie en hulpverleningsdiensten in Nederland of Astrid in België.  

Mobiele telefonie omvat in het spraakgebruik niet de zogenaamde DECT draadloze telefoons die gekoppeld zijn aan een basisstation van een vaste telefoonaansluiting, werken met beperkte frequenties (00 MHz en 2,4 Ghz, binnenkort ook 5 GHz) en die alleen gebruikt kunnen worden binnen een beperkte straal van honderd meter van het basisstation. De zogenaamde femtocells, basistations voor het lokaal gebruik van mobiele handsets, in omstandigheden waar de publieke zendmasten onvoldoende bereik hebben, zijn een relatief nieuwe ontwikkeling.  

Om radiofrequenties te gebruiken voor mobiele telefonie is in Nederland een vergunning van het Agentschap_Telecom; van het Ministerie van Ec. Zaken noodzakelijk. Mobiele telefoons moeten door dit agentschap (of een vergelijkbare instantie in een ander EU-land) worden goedgekeurd. 

Historie van de mobiele telefoon in België/Nederland 

In de jaren vijftig begon men met de opzet van een semi-openbaar netwerk, slechts te gebruiken voor bepaalde groepen. In die tijd was de verbinding nog beperkt tot simplex, dus ieder op z’n beurt en moest men nog “Over!” roepen om tussen spreken en luisteren om te schakelen. Een telefoniste die meeluisterde, schakelde in de centrale de verbinding om. 

In de jaren zeventig ontstonden de zogeheten autotelefoon-netwerken. De Nederlandse PTT hanteerde de voor dergelijke netwerken de afkorting ATF. De ATF (ATF1 1980, ATF2 1985, ATF3 1989) netwerkten gebruikten aanvankelijk frequenties van ca. 150 MHz, later ca. 450 MHz en tenslotte ca. 950 MHz. Die eerste autotelefoons waren zwaar, groot, echte bakstenen (bricks) die je eigenlijk alleen goed kon gebruiken in een auto met accustroom, pas met ATF3 werden ze hanteerbaar. Het aantal gebruikers was beperkt en in 1997 werd ATF opgeheven. Opvolger GSM kwam in 1993. 

Greenpoint 

Van 1992 tot en met 1998 kende Nederland een semi-mobiel telefoonnetwerk onder de naam Greenpoint;Greenpoint (met de zgn. Greenhopper-toestellen die volgens de DECT-standaard werken). Dat systeem is nooit goed aangeslagen. 

GSM 

GSM-standaard is de digitale vorm van mobiele communicatie, die nu zeer breed wordt toegepast, la is er in de VS nog wel een afwijkende techniek (cellulaire telefonie). 

Er bestaan toegevoegde uitbreidingen van de standaard zoals HSCSD en GPRS voor een snellere dataoverdracht. Gsm was de eerste wereldwijd genormeerde standaard voor digitale telefonie, waardoor het mogelijk is om dezelfde telefoon en simkaart over de hele wereld te gebruiken 

Met het GSM-netwerk is na 1993 het aantal Nederlanders met een mobiele telefoon zeer sterk gestegen. Thans heeft bijna elke Nederlander een mobiele telefoon, velen meerdere en liggen er ook veel ongebruikte toestellen en zgn. sim-chips in de kast. 

Iedereen belt, overal en altijd, soms ook in ongewenste situaties. De overheid zag zich genoodzaakt maatregelen af te kondigen tegen het telefoneren in de auto met het toestel in de hand. In Ziekenhuis;ziekenhuizen vroeg men de mobiele telefoon uit te schakelen aangezien oude apparatuur mogelijk gestoord kon worden. Tegenwoordig is medische apparatuur ongevoelig voor mobiele telefoons. Ook in Vliegtuig;vliegtuigen vraagt men nog steeds de mobiele telefoon uit te schakelen. Oorspronkelijk in verband met mogelijke interferentie met de Elektronica;elektronica van het vliegtuig (wat geen probleem meer is), maar tegenwoordig nog steeds aangezien de telefoonnetwerken daar niet voor toegerust zijn en omdat vele reizigers geen storende telefoons in de buurt wensen. Sommige airlines laten het nu toch weer toe. 

Naast GSM is er ook nog zgn. Satellietetelefonie, die is duurder, maar werkt overal. 

Operators/netwerken 

Openbare mobiele telefonienetwerken, er zijn nu drie operators (KPN, Vodafone, T-Mobile) en een aantal merken (Orange, Telfort) en MVNO’s (Debitel) en wederverkopers (AH/Hema), zijn commerciële bedrijven. Ze verwachten van de klant dat deze voor het gebruik van het netwerk betaalt, meestal per minuut. Dit kan zowel achteraf in de vorm van een abonnement met een maandelijkse rekening (post-paid), als vooraf met vooraf betaalde kaarten, ook wel prepaid of prepay genoemd. Met de belkaart of vooraf betaalde kaart koopt men een beltegoed voor een aantal minuten gesprekstijd. 

Datadiensten 

Mobiele telefoons bieden behalve de telefoniedienst ook steeds meer datadiensten. Dat kan email zijn, maar ook internet-toegang of speciale diensten, meestal gaat dat via internet. Deze data kunnen op de mobiele handset of PDA worden gelezen of bewerkt, of weer naar een (draagbare) computer getransporteerd worden. Steeds meer data kunnen ook op het toestel zelf bekeken en ingevoerd worden. Een belangrijke datadienst, die evenwel niet via internet loopt, is Short Message Service-SMS, die het mogelijk maakt korte tekstberichten te ontvangen en te versturen. Hierdoor kan de mobiele telefoon ook dienst doen als semafoon, tekstcommunicator. SMS is de meestgebruikte dienst naast bellen en ook een belangrijke inkomstenbron voor de operators. Een multimediale uitvoering ervan MMS (multimedia service) voor het verzenden van beelden en geluid is met veel toestellen mogelijk, maar wordt nog niet veel gebruikt. 

GPRS, EDGE en UMTS (met HDSPA als snelle uitvoering) zijn speciaal gemaakt om Packet-switched data toe te laten op het netwerk, dus met het oog op internet. 

Verder is er Wi-Fi;Wi-Fi, een soort semi-netwerk, die loopt niet via operators, maar is een uitbreiding van het lokale netwerk met een draadloze radioverbinding van 2,4 GHz voor een beperkt bereik. Er zijn veel hotspots, die met WiFi werken, maar worden gexploiteerd als openbare dienst voor internet-toegang waar je soms gratis kunt internetten. 

Plaatsbepaling 

Bij een mobiel netwerk, zoals een gsm-netwerk, is het van belang om te weten waar een mobiele telefoon zich bevindt. De operator houdt dat bij, die gegevens worden ook bewaard voor tenminste 6 maanden. Dat wordt bereikt door het HLR (Home Location register) en het VLR (het Visitor Location Register). Beide registers zijn eigenlijk een databank. De VLR bevinden zich in de of vlak bij de Mobiele Diensten Centrale (MSC). In het HLR staan alle klanten die van het netwerk gebruik mogen maken geregisteerd. 

In het VLR staat de locatie van alle mobiele telefoons die bij een gedeelte netwerk zijn aangemeld. Dat kunnen ook klanten van een andere operator zijn die via een   uitwisselingsovereenkomst, roaming, van het gastnetwerk gebruik mogen maken. 

Zodra een mobiele telefoon wordt aangezet gaat deze op zoek naar de signalen van beschikbare basisstations (BTS). Uit deze signalen maakt de mobiele telefoon een keuze op basis van signaalsterkte en contractgegevens. Met welke operator is het toegestaan om te bellen? Of anders gezegd: in welke HLR staat men geregisteerd of kan men zich als gast aanmelden? De aanmelding bij het HLR vindt plaats op basis van gegevens die zich op de SIM-kaart van het mobiel toestel bevinden. 

Onderdelen van de mobiele telefoon, niet alles in alle toestellen 

Een mobiele telefoon bestaat uit: 

Dit alles in steeds plattere (minder dan 1 cm), kleinere en lichter (minder dan 80 gr) toestellen in allerlei varianten en vormen, passend bij de applicatie of bij het modebeeld. 


Besturingssystemen 

Mobiele telefoons werden tot voor kort veelal aangedreven door speciaal voor het betreffende merk ontwikkelde besturingssystemen, zoals Apple haar eigen besturingssysteem Mac OS X gebruikt voor de Apple iPhone. Echter door de steeds bredere software eisen en de wens om compatibel te zijn en uit te kunnen wisselen met PC en andere toestellen kiezen de fabrikanten tegenwoordig meestal één van de volgende besturingssystemen: 


Mobiele telefoon-gebruik 

Nederland heeft nu al meer dan 110 mobiele telefoons (of SIM-chips) per 100 inwoners, die trend is duidelijk in de meeste Europese landen. Opvallend is dat zogenaamde hi-techlanden als Japan;Japan en USA lager scoren, die lopen relatief wat achter. 

In september 2007 waren er in Nederland, volgens een onderzoek van Telecompaper 18.914.000 mobiele telefoonaansluitingen. Verwacht werd dat voor het eind van 2007 dit aantal doorgegroeid zal zijn tot voorbij de 19 miljoen. 

Betalen met je mobiele telefoon 

Sinds eind 2006 is het mogelijk om met Rabo Mobiel kleine betalingen te doen met de telefoon. Naast deze betalingen is het sinds begin 2007 mogelijk toegangskaarten voor concerten en evenementen via internet te betalen en direct te ontvangen per sms en zijn er experimenten met betalen van bv. snacks. Mobile ticketing begint een vaste plek te krijgen in de ticketing industrie, soms met een barcode als toegangsbewijs. 

UMTS staat voor Universal Mobile Telecommunications System en is de opvolger van de gsm-techniek, die in Nederland in 1994 geïntroduceerd is. Net als gsm worden er bij umts digitale signalen verzonden. De antennes stralen radiogolven uit, er ontstaat dan een elektromagnetisch veld met een bepaald bereik. Ook elektrische apparaten, radio’s en tv’s, magnetrons, mobiele telefoons geven een bepaalde elektromagnetische straling af. Deze velden verschillen in golflengte en frequentie. Hoe hoger de frequentie, hoe korter de golflengte. 

Gezondheidsrisico’s 

De risico’s van de Elektromagnetische_straling;elektromagnetische straling afkomstig van mobiele telefonie, zowel van de toestellen als van de zendmasten, is nog onduidelijk. Enerzijds bestaat er geen Onderzoek;onderzoek dat eenduidig en ondubbelzinnig enige gezondheidsschade aantoont. Maar er is ook nog geen onderzoek dat alle effecten uitsluit - met name niet omdat er nog onvoldoende epidemiologisch onderzoek is gedaan naar langdurige blootstelling aan lage doses. 

Mobiele communicatie maakt gebruik van een bepaalde frequentieband, waarbinnen de signalen uitgezonden worden. Voor mobiele telefoons van het gsm-netwerk is dit het bereik tussen 890-960 en 1710-1880 MHz (gsm 900, 1800). Umts heeft, ruim genomen, beschikking over de frequentiebanden 1900 tot 2200 MHz. 

Alle toepassingen die de frequenties boven de 1 MHz gebruiken geven zogenaamde hoogfrequente straling af. Dit is bijvoorbeeld (digitale) radio & televisie, (mobiele) telecommunicatie en satelliet, maar ook communicatie voor politiediensten en dataverkeer. WiFi, draadloze bewakingscamera’s, magnetrons, radar en draadloze DECT thuistelefoons geven ook hoogfrequente straling af. Laagfrequente straling komt van elektrische apparaten zoals wekkers en elektrische dekens.  

De elektromagnetische straling kan invloed hebben op de gezondheid. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in thermische en niet-thermische effecten. De straling genereert een bepaalde warmteontwikkeling en kan dus voor een schadelijke temperatuurstijging van het lichaam zorgen. Het RIVM heeft bepaald dat de lichaamstemperatuur maximaal 1 graad mag stijgen als gevolg van de straling van een mobiele telefoon. Een tweejarig onderzoek van TNO wees in 1999 uit dat de temperatuurtoename in de schedel en het brein bij gebruik van de mobiele telefoon, niet meer dan 0,1 graad Celsius bedraagt. De niet-thermische effecten van straling, dus de invloed op de cel, celdeling etc. zijn minder eenduidig en minder makkelijk te meten. Ook maakt men zich hier meer zorgen om dan de opwarming, waarvoor duidelijke regels gelden.  

Blootstellinglimieten
Over het gebruik van een mobiele telefoon is al veel onderzoek gedaan. Opwarming van het hoofd is een van de mogelijk effecten, daarnaast worden ook tumoren in het hoofd en oogafwijkingen in verband gebracht met de straling die de gsm afgeeft. Over gezondheidseffecten van elektromagnetische straling als geheugenverlies, invloed op het zenuwstelsel of spierweefsel zijn de meningen verdeeld. 

Het enige effect wat algemeen wordt erkend is de mogelijke opwarming van het lichaam door elektromagnetische straling. Daarom zijn internationale blootstellinglimieten vastgesteld, waar bijvoorbeeld ook fabrikanten van mobiele telefoons rekening mee moeten houden. De hoeveelheid straling die een mobieltje uitzendt, drukt men uit in Specific Absorption Rate ofwel SAR. Ook voor antennes gelden bepaalde blootstellinglimieten. 

De maximaal toegestane SAR-waarde van mobiele telefoons is 2 watt per kilo. De Finse organisatie Radiation and Nuclear Safety Authority STUK heeft in 2005 de meest gangbare telefoonmodellen onderzocht, die alle ruim binnen de toegestane waarde blijven en dus aan de juiste internationale normen voldoen. Het thermische effect van mobiel bellen is volgens de onderzoekers niet zodanig dat het schade aan de gezondheid toebrengt. Volgens STUK wijzen sommige deelonderzoeken er overigens wel op dat de microgolven die mobiele telefoons afgeven kleine veranderingen veroorzaken in de werking van lichaamscellen. De uitkomsten geven echter geen uitsluitsel of deze straling invloed heeft op de gezondheid. 

Achtergronden qua gezondheidsrisico’s 

Iedere technologie heeft nadelen, met een broodmes kun je ook iemand vermoorden, autorijden is gevaarlijk, milieuverontreiniging is helaas de prijs voor veel comfort en technologische vooruitgang. Een duidelijk aangetoond risico van mobiele telefonie, dat echter niet met elektromagnetische straling te maken heeft, is bellen tijdens het autorijden. Wie niet-handsfree telefoneert heeft 5 maal zoveel kans op een ongeval. Handsfree bellen is iets minder gevaarlijk, maar het risico is dan nog steeds 3,8 keer hoger dan niet onder het rijden bellen. Ook is gebleken dat bellen achter het stuur een sterker negatief effect heeft op de rijvaardigheid dan enkele glazen alcohol. 

De psychologische invloed van mobiele technologie is ook nog niet helder. Neemt de avonturendrang, de ondernemingsgeest, het leven met risico’s af als kinderen vanaf heel jong met een always-on apparaat werken. In hoeverre stimuleert mobiel kuddegeest en massa-gedrag, hoe gevaarlijk is het ontbreken van vertraging in de terugkoppellus bij relletjes, demonstraties en rampen.  

Ook in het onderwijs ziet men mobiel nog niet als een uitdaging, hoogstens als een lastig verschijnsel in de klas en in het contact tussen scholieren, het gebruik van de camera, bij het onderling pesten en spammen. Lange termijn effecten op het gedrag en de leerresultaten zijn nog nauwelijks onderzocht. 

Mobiele telefonie werkt met radiogolven, die in de buurt komen van de 2,5 GHz frequentie waarbij water en dus levende cellen worden gekookt. Er is veel te doen over de mogelijk nadelige gevolgend van die straling en over het zgn. electrosmog in brede zin, echt harde conclusies kunnen pas op lange termijn getrokken worden. Voorlopig is de officiële stellingname dat er geen nadelige gevolgen zijn aangetoond en hoewel nieuwe technieken als UMTS, HSDPA, WiMax en LTE in schadelijker frequentiegebieden opereren dan de oorspronkelijke mobiele telefonie waarvoor destijds vergunningen zijn afgegeven, blijft men bij dit standpunt. Daar is vanuit de milieuhoek wel kritiek op, er zijn onderzoeken die wel op schade wijzen. 

Er worden door de overheid wel voorwaarden gesteld aan apparatuur en zendmasten, maar die hebben betrekking op een beperkt aspect, namelijk de opwarming van cellen als gevolg van die straling. Invloed op immuniteitsziektes, DNA, genetische en cel(delings)processen is moeilijk meetbaar en zal misschien op lange termijn pas duidelijk worren. Ook de invloed van zich verplaatsende magnetische en electrische velden wordt niet fundamenteel onderzocht. Met name het gebruik van met een kabeltje verbonden hoofdtelefoons, waarbij het electromagnetische veld van de handset vai die kabel het oor bereikt blijft dubieus. Ook het alternatief, gebruik maken van het qua stralingsniveau veel lagere Bluetooth is niet goed onderzocht. daarbij vervangt men een incidentele piekbealsting door telefoneren door een continu belasting, die wle veel lager, maar wel direct op het oor en bij de hersenen gelokaliseerd is. Ook blijkt dat er aanzienlijke individuele verschillen in stralingsgevoeligheid zijn. 

Mogelijk is een deel van de bevolking gevoeliger voor elektromagnetische straling dan anderen. In het eerder genoemde onderzoek van TNO is in ieder geval een tweedeling gemaakt tussen mensen die klachten hebben, de hypersensitieven of stralingsgevoeligen, en een groep die zegt geen klachten van straling te ondervinden. Net als sommige andere aandoeningen of klachten is moeilijk hard te maken dat het niet vooral tussen de oren van de lijder zit. De hypersensitieven lopen het risico afgeschilderd te worden als overdrijvers en aanstellers, met psychosomatische klachten of een ingebeelde ziekte, die vooral lijden aan stress en aan het lijden zelf. 

Op het actieplatform www.stopumts.nl worden ervaringen uitgewisseld. De gevoelige mensen nemen soms rigoureuze maatregelen om de straling tegen te houden. Men probeert bijvoorbeeld de slaapkamer stralingsvrij te maken door aluminium op de vloer of het plafond te bevestigen, in een kooi van Faraday te slapen, dimmers op lampen te verwijderen en draadloze netwerken of telefoons te vermijden. 

Sommigen menen dat veelvuldig gebruik van de GSM kan leiden tot permanente oogproblemen en zelfs tot een cataract. Wetenschappers van de faculteit medicijnen van het Technion Israëlische Instituut voor Technologie stelden de ooglenzen van jonge kalveren (qua structuur bijna gelijk aan het menselijk oog) bloot aan warmte die te vergelijken is met de temperatuurstijging die men krijgt tijdens een lang GSM gesprek en aan microgolfstraling zoals die door een draagbare telefoon wordt geproduceerd. Na twee weken bleek dat het oogweefsel bij de proefdieren een bobbeltje had gevormd, dat sterke overeenkomsten vertoont met de eerste fase van de ernstige oogaandoening cataract. 

Een studie van Prof. Santini vond een duidelijke toename van de volgende symptomen bij mensen die vlakbij een zendmast wonen: hoofpijn/migraine, slaapstoornissen, irritatiegevoeligheid, depressieve klachten, vermoeidheid, concentratieproblemen, gevoel van onbehagen en geheugenstoornissen. Recentere - onafhankelijke - studies uit Oostenrijk door Hutter et al. en uit Spanje door Navarro et al.komen tot soortgelijke bevindingen. Reeds bij niveaus van 10-100 µW/m2 is er een verhoogde kans op genoemde symptomen, terwijl veel mensen blootgesteld worden aan meerdere duizenden µW/m2. 

Onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen en het bedrijf Brainclinics, waarin 300 mensen gedurende twee tot drie jaar werden gevolgd, geeft aanwijzingen dat mensen die vaak en lang mobiel bellen, een subtiele vertraging van de hersenfunctie vertonen ten opzichte van mensen die minder bellen, en dat dit effect niet het gevolg is van verschillen in persoonlijkheid. De gevonden vertraging van de hersenfuncties valt binnen de “normale” grenzen, en regelmatige bellers toonden een verbeterde gerichte aandacht dan weinig-bellers. Het is daarom niet geheel duidelijk of hier sprake is van een nadelig gezondheidseffect.  

Een onderzoek dat door fabrikanten van mobiele telefoons werd gefinancierd, geeft aanwijzingen dat de straling van GSM-telefoons de slaap kan verstoren. Bij proefpersonen die aan de straling waren blootgesteld duurde het langer voor zij de fase van diepe slaap bereikten, en die fase duurde ook korter. 

In oktober 2002 luidden een groep Duitse artsen de noodklok, bekend geworden als het Freiburger Appel. Het was een oproep (en waarschuwing) van honderd artsen aan de politiek, gezondheidszorg en betrokkenen, die sindsdien is ondertekend door duizend artsen en 30.000 burgers. De medici signaleren een aantal klachten en brengen deze in verband met zenders in de woonomgeving, hetzij het gebruik van een gsm-toestel, hetzij gsm-antennes in de buurt, hetzij een DECT-telefoon in de woning of bij de buren. In 2004 kwamen 77 kinderartsen met een soortgelijk initiatief op de proppen, het Bamberger Appel. 

Het Duitse Jülich instituut presenteerde in mei 2005 de resultaten van een uitgebreid literatuuronderzoek naar wetenschappelijke onderzoeksresultaten van de afgelopen jaren. Opvallend is dat het onderzoek werd gefinancierd door telecomprovider T-Mobile, zeker gezien de conclusies. In het rapport waarschuwt men voor hoogfrequente elektromagnetische straling en concludeert men dat gepulste straling schadelijker is dan ongepulste. De onderzoekers doen zelfs de aanbeveling om slechts kort mobiel te bellen, niet in de auto en niet op grote afstand van de zendmast. Dit laatste omdat ver van de mast de intensiteit van de uitgezonden straling toeneemt. 

Er zijn allerlei producten op de markt, die straling kunnen beperken, veel daarvan werkt met afscherming, onder meer door textiel met ingeweven metaal, of metaaldelen gehecht aan textielvezels. Maar er zijn ook homeopatische of alternatieve manieren om iets aan stralingsbelasting te doen. Sommige kristallen, zoals Toermalijn beïnvloeden straling en worden wel gebruikt bij stralingsbronnen. 

Officieel geen gezondheidsrisico’s 

Officiële onderzoeken en metingen, zoals beschreven op de site van het overheidsloket //www.antennebureau.nl geven  geven aan dat tot nu toe geen nadelige invloed van elektromagnetische velden op de gezondheid is gebleken en dat er geen redenen zijn om aan te nemen dat dat voor GSM en UMTS anders is. 

Volgens een Zwitsers onderzoek in 2006 is geen enkele aanwijzing dat UMTS-velden gezondheidsklachten (zoals hoofdpijn, vermoeidheid of duizeligheid), een slechter geheugen of verminderde reactiesnelheid veroorzaken. Dat constateren onafhankelijke onderzoekers van de Zwitserse Stichting voor onderzoek naar Mobiele Communicatie in het Zwitsers ‘replicatieonderzoek naar effecten van UMTS op welbevinden en cognitie’ 

De resultaten van dit Cofam-II onderzoek, geleid door dr. Peter Achermann van de Universiteit van Zürich, zijn eenduidig en helder. Er is geen enkel verband tussen gezondheidsklachten en blootstelling aan UMTS-signalen. De resultaten zijn in lijn met wat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt; basisstations en draadloze technologieën hebben geen korte of lange termijneffecten op de gezondheid. 

Het Cofam-II onderzoek volgt op het verkennend onderzoek van TNO uit 2003 (Cofam-I), en de aanbevelingen van de Gezondheidsraad. Uit het TNO-onderzoek bleek dat UMTS-straling statistisch gezien mogelijk een effect zou hebben op het welbevinden. Volgens de Gezondheidsraad viel er echter niet uit af te leiden dat er een oorzakelijk verband was tussen gezondheidsklachten en blootstelling aan UMTS-velden. Bovendien was er twijfel over de opzet van het TNO-onderzoek. Desondanks leidde dit tot veel maatschappelijke onrust. Verschillende gemeenten waren er huiverig voor nieuwe UMTS-antennes te plaatsen. 

De Rijksoverheid gaat onder coördinatie van VROM een breed onderzoeksprogramma opzetten rond elektromagnetische velden en gezondheid. Niet omdat er reden is voor zorg, maar om een brede expertise te ontwikkelen en een vinger aan de pols te houden bij nieuwe ontwikkelingen. Verder komt er een wetenschappelijk kennisplatform waar burgers, overheden en het bedrijfsleven zich tot kunnen wenden voor vragen. 

Ook research door het International Comittee for Non-Ionizing Radiation Protection (Engelstalig) geeft aan dat er tot nu toe geen oorzakelijk verband tussen blootstelling aan radiogolven en gezondheidsklachten is gevonden. Ook de informatie van de World Health Organisation laat zien dat er geen effecten van radiostraling op de gezondheid kan worden gevonden, alleen een kleine verhoging van de lichaamstemperatuur bij zeer hoge dosis straling. Deze onderzoeken gaan dus voorbij aan de effecten op dieper celniveau en op de DNA-cyclus. 

Het blijkt, dat informatie over stralingsschade door de overheid, maar ook op media als Wikipedia en op sites als http://www.milieu-en-gezondheid.nl/ stelselmatig wordt onderdrukt. 

Smartphone 

Smartphone Sony Ericsson P910i 

Een smartphone is een algemene benaming voor een apparaat dat zowel als mobiele telefoon en als pda kan worden gebruikt, eigenlijk een soort tussenvorm ofwel een zeer uitgebreide handset. Voorbeelden zijn de Sony Ericsson M600i en P990i, de Nokia E- en N-serie, de HP iPAQ hw6915, de Apple iPhone, diverse HTC modellen zoals de TyTN, de Orange SPV-serie, MIO A701, Motorola Mpx-serie en I-Matetoestellen. 

De meeste hedendaagse mobiele telefoons bieden de mogelijkheid om adressen en afspraken op te slaan, maar een smartphone biedt vaak nog iets meer. Het is bijvoorbeeld mogelijk om e-mail te ontvangen en te versturen, internetpagina’s te bekijken, muziek te beluisteren, films te bekijken, te navigeren middels ingebouwde gps-ontvanger, te synchroniseren met Microsoft Outlook of Lotus Notes en verbinding te maken met bedrijfsnetwerken. Er zijn in Nederland verschillende aanbieders die speciale internetbundels aanbieden om tegen betaling gebruik te kunnen maken van het mobiele internet op de smartphone. 

Smartphones werken met verschillende besturingssystemen. De meestgebruikte zijn Microsoft Windows Mobile, Symbian, Nokia Series 60 (gebaseerd op Symbian) en PalmOS. De Apple iPhone, op de Europese markt sedert eind 2007, biedt alle bekende functionaliteit van de moderne smartphone, maar is uitgerust met een aangepaste versie van Apples eigen besturingssysteem Mac OS X. 

Smartphones worden vaak bediend via een aanraakscherm (touchscreen) met een pennetje en/of via een toetsenbordje. 


Personal Digital Assistant 

Een pda ofwel Personal Digital Assistant is een klein draagbaar toestel dat computer-, telefonie-, fax- en netwerkfuncties combineert, maar niet altijd allemaal’. De moderne pda van kan dienen als mobiele telefoon, WiFi toestel voor LAN-internet toegang en persoonlijke organiser. Sommige pda’s zijn uitgerust met een minitoetsenbord, andere met een aanraakscherm of touchscreen en een pen of stylus. De term Personal Digital Assistant is bedacht door John Sculley, topman van Apple. Apple maakte ooit de Newton, dat werd geen succes. 

Een pda is in feite een ‘handheld’-pc (handcomputer) die de taken van zijn in leder ingebonden voorganger overneemt, zoals adresboek, kladblok, agenda en telefoonlijst, maar de meeste pda’s bieden hiernaast nog veel meer toepassingen, zoals rekenbladen, tekstverwerking, databases, software voor het beheer van financiële zaken, uurwerk, rekenmachine, spelletjes, mobieltje en gps-navigatie. Wanneer er over pda’s gesproken wordt zal het woord PIM (Personal Information Manager) wel eens aan bod komen. Hiermee bedoelt men de software die je toelaat tekst in te voeren met om het even welke betekenis en die je nadien snel en gemakkelijk kan terugvinden (zoals een telefoonlijst). 

Wat de pda voor veel pc-gebruikers zo aantrekkelijk maakt, is de mogelijkheid om gemakkelijk gegevens uit te wisselen tussen de pc en de pda. Dit geldt met name voor automatische synchronisatie, waarbij wijzigingen op de pc worden bijgewerkt op het draagbare toestel en andersom. Bij de meeste pda’s wordt een houder meegeleverd die aangesloten wordt op een stopcontact en via een USB-kabel met de pc verbonden kan worden. Via deze USB-verbinding worden gegevens snel en gemakkelijk gesynchroniseerd. Zo kan bijvoorbeeld ingesteld worden dat nieuwe e-mail uit “postvak IN” op de bureaucomputer automatisch naar de pda wordt overgezet. 

Kleine maar krachtige draagbare technologie heeft altijd op veel aandacht kunnen rekenen. In het bijzonder van mensen met stijl, op zoek naar de laatste gadgets. De pda past perfect in deze visie naast een ander bedrijfsitem van de jaren ‘90, de mobiele telefoon. De interesse vanuit de bedrijfswereld voor de pda is vooral te danken aan de voortdurend toenemende rekenkracht van deze toestelletjes. Het idee is simpel: gemakkelijk gegevensbeheer gecombineerd met telefonie en internettoegang. 

Een van de ontwerpproblemen was de vraag hoe de gegevens in te voeren. Het minitoetsenbord bleek niet erg handig om op te typen. Hierna kwam de Graffiti-tekenherkenningsoftware op de markt, die een aanraakscherm en een afgeslankt (gemakkelijk, snel aanleerbaar) alfabet gebruikte om gegevens te digitaliseren. 

Het eindresultaat is dat de markt opgesplitst is in twee grote segmenten: apparaten met toetsenbordje en met een aanraakscherm uitgeruste toestellen zonder toetsenbord. De keuze van de eindgebruiker tussen deze twee hangt af van persoonlijke voorkeur en gewenste functionaliteit. Met betrekking tot deze twee soorten modellen ontwikkelde Microsoft dan ook twee verschillende versies van zijn Windows CE, maar meestal gebruikt men nu Windows Mobile )6’. 



Marketing 

User feedback 

Wat de consument eigenlijk wil blijft voor veel bedrijven in de mobiele wereld gokwerk. Grote treffers en slim uitgedachte marketing campagnes bij Apple en een enkele keer bij LG, maar ook missers zoals Motorola, dat qua design en hype steeds de boot miste. Uit gesprekken met ontwikkelaars werd me wel (LS) duidelijk dat met name de Koreaanse en Taiwanese ontwikkelaars technisch wel voorop lopen, maar weinig creatief zijn. Wat meer pixels, wat beter bereik, gebruik maken van touch-screen, maar door de hiërarchische structuur van de bedrijven daar is de aansturing erg hiërarchisch. Wat de baas van Samsung leuk vindt, is wat de research maakt en daar speelt de reactie van de thuismarkt een (te) grote rol in, men neigt to gadget-ontwikkeling, alles mobiel, maar kijkt niet veel verder. De volgende stap in de Samsung visie is netwerk-chips in alle apparaten in huis, maar dergelijke X10/Homebus en hoem-automation visies waren er in de VS al 25 jaar geleden. Psychologie, symboliek, mystieke uitstraling, us-them hypnotische marketing, media-politiek, daarvoor moet je bij Apple zijn, terwijl ook Nokia meer rekening houdt met de wereldmarkt en niet alleen focust op de hippe modecrowd. Maar echt nieuwe markten opzoeken, zoals de educatieve markt in ontwikkelingslanden, dat zie je nog niet. De ultragoedkope laptop (een voor ieder kind) is wat dat betreft een eye-opener, want ook met een klein mobieltje kan in het onderwijs nog veel meer. Mar dat vraagt wat anders dan nog meer films, sex en vanilla-content, die in Barcelona zo overdadig wordt gepusht. 

De laatste jaren blijkt steeds meer, dat de “gewone”gebruiker het wel gelooft, z’n mobieltje gebruikt voor bellen en teksten, maar de rest van het moois ongebruikt blijft. Er zijn subgroepen die naar muziek luisteren, meestal sideloaded van de PC, men maakt wel een foto’s en wat video, maar vrijwel niemand stuurt dat via MMS naar anderen. Gaming doe je alleen als je niks anders te doen hebt, als je iPod, PSP of laptop niet bij de hand is. In feite vindt men, dat alle specifieke applicaties en toepassingen beter op dedicated platforms kunnen draaien dan op de compromis all-in-one handsets. 

Doorgedraaide gadget-oriëntatie 

Als je de promotie van de operators mag geloven, en de juichende aankondigingen van super handsets zit de klant er wel op te wachten, en sluiten alle nieuwe features aan op wat de klant wil. De praktijk leert anders, komt ook uit veel recente onderzoeken, zowel hier als in de rest van de wereld. Met name de hoge prijzen voor datagebruik in de beginperiode hebben de klanten afgeschrikt, die wond is nog niet geheeld, data op de mobiel is een taboe, ook voor veel bedrijven en nu komt daar ook de vrees voor “foute” content (porno/terreur/virussen) bij. Het revenu/business model van de operators staat dus onder druk, men kijkt hoopvol naar alternatieven zoals advertising als inkomensbron voor content-delivery en dat is voelbaar rond zo’n beurs als de 3GSM. Dat daar veel early-adopters rondlopen, dat de media gadget-geil zijn, dat de muziekindustrie alternatieven pusht voor de teruglopende CD-verkopen, dat de journalistiek en de websites in de mobiele branche te commercieel hun oor naar de vendors laten hangen maakt het allemaal niet overzichtelijker. Uiteindelijk zijn het de detail P/L statements van de operators en de echte verkoopcijfers van de vendors die duidelijkheid moeten brengen, maar die blijven geheim. Zo wil niemand echt harde cijfers geven over wat er in december echt is verkocht, en zijn ook de zogenaamde marktanalisten soms partij in het hele spel. Als IDC en GfK blijven spreken over groei in dubbele cijfers voor mobiel en laptops dan zou de retailer meer dan een aardig jaar, ook een super-jaar achter de rug moeten hebben, of verschoof de markt echt zo naar mass-merchandise kanalen? 

Converged device marktsituatie (Canalys) 

Smart mobile device shipments hit 118 million in 2007, up 53% on 2006 

- Apple takes third place in global hardware market in Q4 

Singapore and Reading (UK) - Tuesday, 5 February 2008 

For immediate release 

Annual highlights 

- Converged device shipments (smart phones and wireless handhelds) rose  

60% to hit 115 million in 2007 

- Shipments of handhelds fell 47% to 3.0 million, from 5.6 million in 

2006 

- APAC is the largest region by volume - 47.9 million units in 2007, 

ahead of EMEA at 45.9 million 

- North America is growing fast - shipments doubled to 20.9 million, 

from 10.3 million in 2006 

- Nokia remained global market leader, shipping 60.5 million smart 

phones 

- RIM shipments grew 112% year-on-year to 12.2 million, strengthening 

its second place position 

- By OS provider, Symbian leads on 67% share, followed by Microsoft on  

13%, with RIM on 10% 

Q4 highlights - converged devices 

- Converged device shipments rose 72% year-on-year in Q4 2007, the 

highest growth seen all year 

- Nokia and RIM retained their number one and two positions 

- Apple achieved third place despite its limited geographic coverage, 

with 7% share 

- APAC converged device shipments rose 23%, EMEA 79%, and North America  

222% 

- Symbian leads with 65% share, ahead of Microsoft on 12%, RIM on 11%,  

Apple on 7%, and Linux at 5% 

Highlights from the Canalys research... 

The latest market data from analyst firm Canalys shows how much the 

converged device market (all smart phones and wireless handhelds) has 

grown over the past year. These, typically high-end, devices represented  

around 10% of the global mobile phone market by units in 2007, with 

annual growth of 60% making them one of the fastest growing segments of  

the technology industry. Year-on-year growth climbed every quarter 

throughout 2007, to reach a peak of 72% in Q4. 

Worldwide converged smart mobile device market 

Market shares Q4 2007, Q4 2006 

Vendor Q4 2007 Q4 2006 Growth 

Shipments Share Shipments Share Q4’07/ 

Q4’06 

Total 35,522,360 100.0% 20,667,200 100.0% 71.9% 

Nokia 18,802,480 52.9% 11,114,630 53.8% 69.2% 

RIM 4,046,860 11.4% 1,829,260 8.9% 121.2% 

Apple 2,320,840 6.5% - 0.0% NA 

Motorola 2,301,260 6.5% 1,463,090 7.1% 57.3% 

Others 8,050,920 22.7% 6,260,220 30.3% 28.6% 

Source: Canalys estimates, copyright canalys.com ltd. 2008 

Converged smart mobile device market: smart phones and wireless 

handhelds 

(Table should be viewed in a monospaced font; graphical version 

available from web site)
 

Apple’s entry into this market in 2007 with the iPhone sparked a lot of  

media attention and speculation about how much it could disrupt the 

status quo and take share away from companies such as Nokia, RIM, Palm  

and Motorola. “When you consider that it launched part way through the  

year, with limited operator and country coverage, and essentially just  

one product, Apple has shown very clearly that it can make a difference  

and has sent a wakeup call to the market leaders," said Pete Cunningham,  

Canalys senior analyst. “What it must demonstrate now is that it can 

build a sustainable business in the converged device space, expanding 

its coverage and product portfolio. It will also need to ensure that the  

exclusive relationships that got it so far so quickly do not prove to be  

a limit on what it can achieve. Apple’s innovation in its mobile phone  

user interface has prompted a lot of design activity among competitors.  

We saw the beginnings of that in 2007, but we will see a lot more in 

2008 as other smart phone vendors try to catch up and then get back in  

front. Experience shows that a vendor with only one smart phone design,  

no matter how good that design is, will soon struggle. A broad, 

continually refreshed portfolio is needed to retain and grow share in 

this dynamic market. This race is a marathon, but you pretty much have  

to sprint every lap." 

Canalys estimates that Apple took 28% share of the fast growing US 

converged device market in Q4 2007, behind RIM’s 41%, but a long way 

ahead of third placed Palm on 9%. This was also enough to put Apple 

ahead of all Windows Mobile device vendors combined, whose share was 21%  

in the quarter according to Canalys figures. In EMEA, where the iPhone  

officially launched part way through the quarter in only three 

countries, Apple took fifth spot behind Nokia, RIM, HTC and Motorola, 

but ahead of several established smart phone providers such as Sony 

Ericsson, Samsung and Palm. 

For the full year 2007, as in 2006, the Asia Pacific region was the 

biggest in volume terms for converged device shipments. Apple has of 

course not yet launched the iPhone in the region, and many vendors who  

are successful in other parts of the world, such as RIM and Palm, have  

also made relatively little impact there so far. Nokia continues to lead  

in the region, with more than 50% share in converged devices, ahead of  

Japanese smart phone vendors Sharp and Fujitsu. Motorola, despite 

enjoying fourth place, has seen its Linux-based smart phone shipments in  

the region fall 28% from their high in 2006. 

“The mobile Linux opportunity remains just that - an opportunity,” added  

Rachel Lashford, manager of Canalys in APAC, “Total Linux-based phone 

shipments in 2007 were almost flat on 2006. There is still too much 

fragmentation and not enough momentum for any single open standard 

around which the energy of developers, manufacturers and operators can  

coalesce." 

Nokia’s recent announcement of its intention to acquire Trolltech will  

no doubt have raised questions among some of Trolltech’s mobile phone 

producing partners about their Linux implementation strategy going 

forward. Meanwhile Google’s Android initiative, like others before it,  

remains an idea yet to turn into viable commercial products widely 

accepted by both mobile network operators and the mass market. Although  

off to a slow start, Canalys expects Linux will account for a 

significant proportion of mobile phone shipments within the next few 

years. 

Lashford continued: “Rising consumer interest in having a rich, 

high-speed browsing experience on a mobile device, and the demand for 

visually sophisticated navigation and location applications will attract  

more companies into this arena. Flattening mobile data costs, and the 

advertising-funded possibilities generated by location-based services,  

will help reduce usage barriers. Improvements in the underlying 

technologies and innovation in user interfaces will lead to more usable  

devices. All these factors will help push the high-end mobile phone and  

smart phone segments forward. Meanwhile supply-side concerns around time  

to market and build and support costs will drive the industry to look 

for economies of scale. Mobile Linux can have a big part to play in this  

future, but at the moment the maturity of the other mobile operating 

systems puts them a long way ahead." 

In Q4 2007, Canalys estimates that Symbian had a 65% share of worldwide  

converged device shipments, ahead of Microsoft on 12% and RIM on 11%. By  

region, Symbian led in APAC and EMEA with 85% and 80% shares 

respectively, while in North America RIM was the clear leader on 42%, 

ahead of Apple on 27% and Microsoft at 21%. 

About the Smart Mobile Device Analysis services... 

The shipment estimates discussed in this release come from the 

market-leading Canalys Smart Mobile Device Analysis Worldwide service.  

Canalys’ globally consistent smart mobile device product segmentation 

and definitions are used by vendors the world over to provide a coherent  

view of the total market for smart phones, handhelds and wireless 

handhelds. Clients receive quarterly market updates, regular reports, 

trends presentations and forecasts, and direct access to the Canalys 

analysts. Canalys offers services looking at the smart mobile device 

markets by country in Asia Pacific, North and Latin America and EMEA, as  

well as providing global market overviews. It also has services focusing  

specifically on the rapidly developing markets for mobile navigation and  

Linux-based mobile phones, and survey-based analysis of consumer and 

enterprise attitudes and preferences toward mobile applications, 

products and services. More information is available from 

www.canalys.com. Canalys HQ 

Diddenham Court 

Lambwood Hill 

Grazeley 

Reading, UK 

RG7 1JS 

T: 44 118 984 0520 


Web: www.canalys.com 

### 

bronnen; DI-archieven, Wikipedia, HCC archieven, VROM, canalys